Het veranderde water
Schepen, vistuig, handel en gezinnen waren met het water verbonden. De afsluiting en inpolderingen veranderden daarom het hele vissersbestaan.

Zoek Harderwijk aan de oostkust en volg het open water naar andere vissersplaatsen. Klik op de kaart om deze te vergroten en plaatsnamen te lezen.
Bekijk deze kaart met de botterpositie en kies een moderne achtergrond →
Zuiderzee, herzien 1920. Vervaardigers: M.H. Blokpoel, E. de Geest en J.L.W. Seyffardt. Collectie: Zuiderzeemuseum Enkhuizen, object 013194. Reproductie: Picturae. Bekijk het collectieobject · CC BY-SA 4.0.
Water, landschap & locatie
Vanaf de Harderwijker wal keek je ooit uit over de Zuiderzee. Nu zie je het Wolderwijd en Flevoland. De plek bleef, het landschap veranderde.
Kijk · kies · ontdek
Dezelfde plek, ander uitzicht
- De Afsluitdijk werd in 1932 gesloten.
- Het water werd geleidelijk zoeter.
- Inpoldering verkleinde het viswater.
Harderwijk aan de Zuiderzee
De Zuiderzee stond in verbinding met de Waddenzee en de Noordzee. Havenplaatsen rond dit water waren verbonden door handel en visserij. Zoek Harderwijk op de historische kaart en volg een route naar een andere vissersplaats.
Hoe veranderden de vaarroutes?
Volg op de oude kaart een vaarroute vanuit Harderwijk. Waar lag open water, en waar ligt nu land? Vergelijk de route met de huidige kaart en ontdek hoeveel het vaargebied is veranderd.

Op de kaart staat ‘Harderwijk, Havenhoofd met mistsirene’. Bekijk de haveningang en het open water erachter. Vergelijk dit uitzicht met de huidige kust: waar zie je nu Flevoland? Datering onbekend.
Waar lagen de visgronden?
De Zuiderzee kende diepe geulen, modderige vlakten en ondiepe zandbanken. In het noordelijke Friesche Bekken kon het water ongeveer acht tot negen meter diep zijn. In de zuidelijke Kom was het veel ondieper: circa twee meter aan de oostzijde en drie tot vier meter aan de westzijde. Voor de Veluwse kust lagen banken met plaatselijk minder dan een meter water.
Op historische kaarten staan namen als De Knar, Harderwijkerbank, Kamperzand en Enkhuizerzand. Zulke namen hielpen vissers om gebieden te benoemen. Welke plek geschikt was, hing af van de vissoort, het seizoen, de bodem en het gebruikte vistuig. Een kaartnaam alleen bewijst dus niet dat een bepaalde Harderwijkse botter daar viste.
Waarom was de bodem belangrijk?
Haring paaide op ondiepe harde gronden. Bot hield zich dicht bij de bodem op en gedijde goed op modderige grond. Ansjovis zwom doorgaans hoger in het water. Daarom verschilden ook de hoogte, maaswijdte en verzwaring van de netten. Vergelijk de vissen en hun vistuig →
Wind veranderde het vaarwater
De Zuiderzee was een overgangsgebied tussen zout zeewater en zoet rivierwater. Het zoutgehalte verschilde per plek en veranderde met wind en rivierafvoer. Ook de diepte was niet steeds gelijk: wind kon water opstuwen of juist wegblazen.
In de zuidelijke Kom bedroeg het gewone verschil tussen eb en vloed nauwelijks meer dan twintig centimeter. Opwaaiing en afwaaiing konden daar veel belangrijker zijn. Bij langdurige harde wind konden ondiepe gebieden droogvallen. Voor een visser hoorde kennis van wind en waterstand daarom bij kennis van de visgronden.
Denk als een schipper
Je schip kan bij vertrek nét over een ondiepte. Wat kan er gebeuren wanneer de wind langdurig water uit dat gebied wegdrijft? Bespreek waarom dezelfde route later moeilijker bereikbaar kan zijn.
Waarom de zee afsluiten?
De Zuiderzee kon bij storm grote overstromingen veroorzaken. De stormvloed van 1916 versterkte de roep om afsluiting. Het plan van ingenieur Cornelis Lely combineerde bescherming tegen het water met landaanwinning.
Wat gebeurde er in 1932?
In 1932 werd de Afsluitdijk gesloten. De Zuiderzee werd het IJsselmeer. Het water bleef, maar de verbinding met de zee was afgesloten. Door latere inpolderingen kwam een groot deel van het vroegere viswater droog te liggen.
Zout water werd zoeter
Na de afsluiting kon zeewater niet meer vrij binnenstromen. Door de aanvoer van zoet water veranderde het zoutgehalte geleidelijk. Daardoor veranderden de leefomstandigheden voor vissen en het werk van de vissers.
Hoe gingen de vissers verder?
Na 1932 bleven vissers aan het werk. Zij pasten hun technieken aan en richtten zich op andere vissoorten. De latere inpolderingen namen bovendien een groot deel van het vroegere viswater weg.
Vergelijk toen en nu
Zoek Harderwijk, de kust en de eilanden op de historische kaart uit 1920. Open via de link bij de kaart dezelfde weergave als bij de botterpositie en kies onder ‘Andere kaart’ een moderne achtergrond. Waar ligt nu Flevoland? Welke plaatsen lagen vroeger direct aan het viswater?
Wat vertelt een oude kaart?
Kaarten hebben een eigen datum en doel. Bekijk de titel, legenda en datering: toont de kaart de situatie van toen of een plan voor later? Zo kun je de veranderingen goed vergelijken.
De museumlocatie van nu
De huidige Vischafslag en Botterloods openden in 2016. De oorspronkelijke visafslag uit 1913 stond aan de andere kant van de haven. Het museum brengt het verhaal van visverkoop, varen en scheepsonderhoud opnieuw bij elkaar. Kijk van de haven naar de loods: waar werd de vis aangevoerd, waar werd zij verkocht en waar werden de schepen onderhouden?
Wat zie je vandaag bij het museum?
Op de huidige museumlocatie kun je zien hoe onderhoud, varen en het verhaal van de visverkoop samenkomen. Welke schepen en werkzaamheden je aantreft, verschilt per dag.
Jouw foto van toen en nu
Kies één plek uit het lesmateriaal. Maak vanaf een toegankelijke plek een foto van de huidige situatie en zet die naast de oude afbeelding. Vertel wat veranderde en wat herkenbaar bleef.
Wat herken je van vroeger?
Maak een schets of vertel aan elkaar wat er veranderd is. Kies één herkenningspunt dat op de oude afbeelding én in het huidige uitzicht terugkomt.
Ik ben bij het museum
Buiten, met zicht op het water
Zoek Harderwijk op de oude kaart. Kijk vanaf een openbare plek aan de kade naar het huidige water en Flevoland. Noem één verschil en één herkenningspunt. Maak desgewenst een foto voor je eigen vergelijking.
Vraag door bij de vrijwilliger
Welke vroegere vaarroute zou nu door land lopen?
Aanvullend: aangeleverde boekpagina’s uit De Zuiderzee als visgebied, onderdelen over milieu en vissoorten en de kaart van omstreeks 1920 (p. 16–20). Volledige uitgavegegevens ontbreken bij deze scans.
Het oorspronkelijke lesboek, de docentenhandleiding en de werkbladen van de Botterstichting Harderwijk vormen de onderlegger. De uitleg is aangepast aan de huidige museumlocatie.