Ga naar de inhoud
Museum Open 18 apr–25 okt · wo–vr 13.00–17.00 · za 10.00–17.00
Varen Bekijk de eerstvolgende vaart
Bottermuseum Harderwijk

Voor scholen en begeleiders · op afspraak

Ontdek hoe Harderwijk leefde van vis

Van het schip en de vangst tot de Vischafslag, het gezin en het veranderde water: leerlingen onderzoeken hoe het vissersbestaan in elkaar zat. Met het oorspronkelijke lesprogramma als basis stemmen we het bezoek af op de groep.

Traditioneel vakmanschap aan een historische botter in de Botterloods
01

Basisonderwijs

Voor groep 5 tot en met 8: vissersleven, Zuiderzee, veilingklok, schepen en ambacht tastbaar gemaakt.

02

Voortgezet onderwijs

Verdieping in economie, techniek, water, erfgoed, duurzaamheid en de verandering van Zuiderzee naar IJsselmeer.

03

Beroepsonderwijs & projecten

Vakmanschap, restauratie, gastlessen en programma’s op maat voor techniek, toerisme, cultuur en maritieme opleidingen.

Historische foto van Harderwijker vissers als bron voor erfgoededucatie

Voorbereiden · onderzoeken · terugkijken

Zo kan een schoolbezoek eruitzien

Vooraf in de klas: kies een vraag uit ‘Ontdek het vissersverleden’. Bekijk samen een museumfoto of historische tekening. Laat leerlingen vertellen wat zij al denken te weten en wat zij tijdens het bezoek willen uitzoeken.

Tijdens het bezoek: onderzoek hoe schip, vangst en verkoop samenhangen. Zoek herkenbare onderdelen bij een botter, vergelijk vistuig op de afbeeldingen en ontdek in de Vischafslag hoe de vangst inkomen werd. Welke onderdelen daadwerkelijk worden begeleid en toegankelijk zijn, spreken we vooraf af.

Terug in de klas: laat leerlingen hun eerste gedachte vergelijken met hun ontdekking. Welk beeld, voorwerp of verhaal ondersteunt hun uitleg? Gebruik de oorspronkelijke werkbladen als verdere verwerking.

Dit is een voorbeeldopbouw, geen vast arrangement. We stemmen niveau, leerdoelen, duur, groepsgrootte, begeleiding, toegankelijkheid en kosten vooraf af. Varen is een optionele aanvulling op afspraak en hangt af van weer, seizoen, schip en bemanning.

Voor leerkrachten en coördinatoren

Vraag een passend onderwijsprogramma aan

Vermeld onderwijsniveau, aantal leerlingen, voorkeursdatum en wat je met het bezoek wilt bereiken. Je ontvangt na afstemming een concreet programma en prijsvoorstel. Het online ontdekmateriaal kun je ook zelfstandig gebruiken; een begeleid bezoek en eventuele vaartocht worden vooraf afgesproken.

KijkenVisserijhistorie en verhalen onderzoeken
DoenVeilingklok, materialen en vakmanschap ervaren
MeevarenWaar mogelijk het erfgoed op het water beleven

Lesmateriaal en voorbereiding

Voor leerkrachten, docenten en begeleiders: bereid het bezoek voor, bekijk het oorspronkelijke lesmateriaal en kies opdrachten die bij je groep passen.

Bekijk de zes online ontdekvragen voor leerlingen →

Voor scholen: op pad met Wilde WillemWilde Willem en het logo van Bottermuseum Harderwijk

Het educatieprogramma

Op pad met Wilde Willem!

In het educatieve verhaal van Wilde Willem ontdekken kinderen het vissersleven. De vragen en opdrachten helpen hen kijken naar schepen, vangst, handel en ambachten.

Voor scholen en begeleiders: de online opdrachten zijn zelfstandig te gebruiken. Voor een begeleid museumbezoek spreken we het programma vooraf af. De verhaalfiguur Wilde Willem vormt de rode draad bij het ontdekken.

Ontdek de expositie

Onderzoek netten, vissoorten en het leven aan boord. Bekijk een afbeelding, wijs iets aan en vergelijk je ontdekking met wat je in het museum ziet.

Ontmoet Wilde Willem in het verhaal

Ontdek spelenderwijs de visserijgeschiedenis. Wat zou jij doen als visser? Kies, leg uit en vraag door bij de vrijwilliger.

Varen op een botter · optioneel

Ervaar wind en water aan boord van een houten botter. Een vaartocht wordt vooraf afgesproken en is afhankelijk van weer, seizoen, schip en bemanning.

Ontdek de oude ambachten

Bekijk hout, touw en gereedschap in de Botterloods. Vraag hoe een schip wordt onderhouden. Materialen onderzoeken en aanraken gebeurt in overleg met de begeleider.

Bereid het bezoek voor in de klas, onderzoek het museum en de haven en bespreek daarna de ontdekkingen.

Bekijk het programma en vraag een schoolbezoek aan →

Voor begeleiders: het oorspronkelijke lesmateriaal

Het oorspronkelijke lesmateriaal

Alle teksten, afbeeldingen, verhalen en opdrachten zijn bewaard in de volledige oorspronkelijke uitgaven: 24 bladzijden lesboek, 24 bladzijden docentenhandleiding en 6 bladzijden werkbladen.

Deze uitgaven verschenen rond 2012–2013. De museumlocatie, de vloot en sommige toelichtingen zijn sindsdien veranderd. De zes online thema’s geven de vernieuwde uitleg.

Het visserijverleden van Harderwijk — lesboek

Open het volledige lesboek (24 bladzijden) ↗

De Bottervissers van Harderwijk — docentenhandleiding

Open de volledige pdf ↗ · Je kunt in de pdf bladeren, zoeken en vergroten.

Oorspronkelijke werkbladen

Open de volledige pdf ↗ · Je kunt in de pdf bladeren, zoeken en vergroten.

Alle 24 bladzijden van het lesboek als tekst
Lesboek · bladzijde 1
Het visserijverleden van Harderwijk Informatieboekje uitgegeven door Informatieboekje uitgegeven door

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 2
2 Colofon: Uitgave: Botterstichting Harderwijk in samenwerking met BOLD uit Harderwijk. Auteurs: Raf den Ouden, Hielke van der Woude, Robert Oosterhof Fotografie: Fotostudio Merjenburgh en O.G. Buttner Samenstelling: Raf den Ouden, Rob Spierenburg Eindredeactie: bureau EDU ART Concept/vormgeving&uitvoering: BOLD reclame & adviesbureau De Botterstichting heeft in samenwerking met EDU-ART lesmateriaal ontwikkeld voor leerlingen van 10 tot 14 jaar. De informatie over dit lesmateriaal is te vinden op de website www.hk-botters.nl onder de button ‘onderwijs’. De totstandkoming van deze lesbrief is mogelijk gemaakt door de steun van o.a.: – Stichting Het Burger Weeshuis Harderwijk – Rabobank Randmeren StimuleringsFonds – JONH (Jonge Ondernemers Harderwijk) – Provincie Gelderland – Historicus Peter Dorleijn – Stichting Nieuw Land Erfgoed – Galerie Frederik Weijs in Zwartsluis www.hk-botters.nl copyright 2013 – Botterstichting Harderwijk Eerste uitgave op 25 augustus 2012 tijdens Visserijdag 2012 door Botterstichting Harderwijk. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautoriseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elec – tronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Botterstichting Harderwijk. www.www.hk-botters.nl

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 3
3 Inleiding Wanneer je bij Harderwijk onder het aquaduct doorrijdt richting Lelystad, kom je in Flevoland terecht. In deze provincie wonen ongeveer 390.000 mensen op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Op deze zee waren veel vissers actief, waaronder een groot aantal uit Harderwijk. Zij hadden een vissersvloot van wel 120 schepen. Door de aanleg van de Afsluitdijk en de inpoldering van Flevoland verdween deze visserij grotendeels. De Visserijdagen, die elk jaar in de zomer worden georganiseerd, herinneren ons aan deze tijd. We gaan op zoek naar antwoorden op de volgende vragen: 1. Waarom werd de Zuiderzee afgesloten en voor een deel ingepolderd? 2. Welke gevolgen had dit voor de visserij in Harderwijk? 3. Wat kunnen wij in Harderwijk nu nog merken van die visserij? Flevoland of Zuiderzee? Harderwijk is een oude stad die al sinds 1231 stadsrechten heeft. Natuurlijk is er in de loop van de tijd veel veranderd, bijvoorbeeld het uitzicht vanaf de Vischpoort richting het westen. Keek je vroeger uit over de Zuiderzee, nu over het Wolderwijd en de Flevopolder. De oude Zuiderzee was eigenlijk een soort binnenzee die in verbinding stond met de Waddenzee en de Noordzee. Daarom kende de zee eb en vloed en was het water zout. De vissen in dit water waren dan ook zoutwatervissen, zoals haring, schol, bot, schar, spiering en ansjovis. Ook zwommen er garnalen. Aan de kust ontstonden plaatsen als Bunschoten, Volendam, Enkhuizen, Lem- mer, Elburg, Vollenhove en natuurlijk ons eigen Harderwijk. Plaatsen die wij nu kennen als voormalige vissersstadjes. In de zee zelf lagen een aantal eilanden zoals Marken, Urk, Schokland en Wieringen. Een groot aantal mensen die hier woonden probeerden hun geld te verdienen met de Zuiderzeevisserij. Het varen op en het wonen aan de Zuiderzee kon gevaarlijk zijn. Schepen ver – gingen en dijken braken door. De laatste grote Zuiderzeestorm in 1916 ver – oorzaakte overstroming van een deel van de oude binnenstad van Harderwijk. Schepen werden op de kade en tegen de huizen geslagen en straten stonden onder water. Zo ging het ook in andere Zuiderzeeplaatsen en op de eilanden. Door de overstromingen verdronken er mensen en dieren en was er veel schade en overlast. Deze storm was een van de redenen om de Afsluitdijk aan te leggen. Ingenieur Lely had dit plan bedacht. De honderden kilometers zeedijk langs de kust van de Zuiderzee waren lastig te onderhouden, zodat de kans op een dijkdoorbraak groot was. Dit probleem kon volgens hem worden opgelost door de aanleg van de dijk tussen Noord-Holland en Friesland. In 1932 werd de aanleg van de dijk voltooid en dat maakte een ander plan mogelijk.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 4
4 Gaand want. Vissen in span met kuilnet. (Nieuw Land, Lelystad; tekening Peter Dorleijn)

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 5
5 Lely had namelijk ook het plan om een groot deel van de zee droog te leggen om zo te zorgen voor extra landbouwgrond. Want er was namelijk rond de Eerste Wereldoorlog een groot gebrek aan voedsel. De inpoldering van de Zuiderzee ging natuurlijk wel ten koste van een groot deel van het beschikbare viswater. De voorgenomen inpoldering was voor de bekende Harderwijker Eibert den Herder onbestaanbaar. Al heeft hij er fel tegen geprotesteerd namens de Zui- derzeevissers, hij kon het allemaal niet voorkomen. De plannen werden toch werkelijkheid. In 1926 had men eerst een proefdijk aangelegd tussen het eiland Wieringen en de kop van Noord-Holland en vervolgens de Wieringermeerpolder. De Noord- oostpolder was klaar in 1942. Voor de vissersplaatsen Kuinre, Blokzijl en Vollenhove betekende dit het einde van de visserij, want de plaatsen lagen nu niet meer aan zee. De eilanden Urk en het sinds jaren niet meer bewoonde Schokland waren nu “eilanden op het droge” geworden. Met de drooglegging van de Flevopolders tussen 1950 en 1970 kwam er eigen- lijk een einde aan de visserij vanuit bijvoorbeeld Elburg, Harderwijk, Bunscho- ten en Huizen. Alleen Urk heeft nog een fl inke vloot maar dat zijn grote kotters die op de Noordzee vissen.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 6
6 De visserij en het viswater Voordat de Zuiderzee werd afgesloten en ingepolderd, werd er vanuit Harder- wijk gevist op haring, schol, bot, schar, spiering, ansjovis en garnalen. Na de af- sluiting van deze zee kan het zoute water vanuit de Noordzee en de Waddenzee niet meer naar binnen stromen. Dit betekende dat het water in het IJsselmeer door de jaren heen zoet is geworden door de afwatering van regenwater en de rivieren de IJssel en de Eem. Er kunnen nu dus alleen maar zoetwatervissen leven, zoals baars, snoekbaars en paling. Welke vis je kon vangen hing af van het seizoen. Voor de kleinere schepen gold dat men er ‘s avonds of ‘s morgens vroeg op uit ging om vlak bij de wal te vissen, in de ochtend of avond keerde men terug. Met grotere visserschepen viste men van maandag tot vrijdagmiddag. Het vissen deed men met een “gaand want” of een “staand want”. Staand want ligt of staat in het water verankerd. Dat kunnen b.v. fuiken zijn of een hoekwant: een lange lijn mer zijlijntjes voorzien van aas. Gaand want wordt door een of meer schepen door het water voortgetrokken. Het kuilnet is er een voorbeeld van. Staand want. De fuik. (Nieuw Land, Lelystad; tekening Peter Dorleijn)

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 7
7 Huh…..HK, EB, UK ??? Wilde je van vissen je beroep maken dan had je een vergunning nodig. De ge- meente waar de visserman zijn vergunning aanvroeg, gaf hem dan gelijk een visserijnummer. Dat nummer bestond uit een afkorting van de gemeentenaam met een getal erbij. Zo staat HK voor Harderwijk, EB voor Elburg en UK voor Urk. Een visser was verplicht zijn visserijnummer goed zichtbaar op de boeg en het grootzeil van zijn schip aan te brengen. Je kon dan altijd worden geïdentifi – ceerd, bijv. door de visserijinspectie. Vergelijk het maar met een auto die gefl itst wordt bij te hard rijden. Het kenteken staat op de foto en de bekeuring valt in de bus. Verkocht een visser zijn schip dan veranderde ook het visserijnummer van het schip. Even als voorbeeld: schipper Foppen verkoopt zijn botter HK49 aan vis- ser Koelewijn uit Bunschoten. Koelewijn zet zijn eigen nummer, BU162, op de schuit. Foppen heeft inmiddels bij de werf een nieuw schip laten bouwen. Op die schuit komt zijn eigen vertrouwde nummer HK49. Sommige visserijnummers bleven generaties lang in dezelfde familie. Opa viste met een HK, zijn zoon nam later schip en vergunning over en nog later volgde ook nog een kleinzoon. Consent, verstrekte visvergunning

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 8
8 De visserschepen van de Zuiderzee De Zuiderzee was een ondiepe binnenzee die voor het grootste deel niet dieper dan enkele meters was. Om toch op die zee te kunnen vissen had je schepen nodig met weinig diepgang. De rond- en platbodems voldoen aan die eis. Zij hebben geen kiel en steken meestal nog geen meter onder water. ( De kiel is een lang – scheeps, onder water aan de romp bevestigd vlak, dienend om het dwars uit varen van het schip te voorkomen.) Bij de kleinere schepen gaat het zelfs maar om een diepgang van enkele tientallen centimeters en daarmee kon je op bijna alle plek – ken komen. Ook op plekken waar maar heel weinig water stond, maar wel vis zat. In het begin van de 20-ste eeuw kwam je niet alleen botters tegen op de Zuider – zee, maar ook Staverse Jollen, Wieringer Aken, Schokkers, Pluten, Vollenhoofse Bollen, Punters en Kubboten. Die variatie had te maken met de plaatselijke om – standigheden (diepte van het water, lager wal) en de visserijtechnieken die men toepaste. De Volendammer kwakken zijn met hun 15 à 16 meter lengte de grootste bot – tersoort, maar je had ook bottertjes van amper 10 meter lengte. Rond en na de Afsluiting in 1932 kwamen 2 nieuwe typen zeilende visserijschepen in zwang: de schouwen en de Marker rondbouwen. Beide waren niet van hout maar van ijzer gebouwd. De houten schepen van de Zuiderzee waren minder bestand tegen het zoete water van het IJsselmeer en vroegen veel onderhoud. De bruine vloot van Harderwijk in 2011 De vloot van Harderwijk bestond een eeuw geleden uit nogal diverse scheeps – typen. Ook toen waren er al de nodige botters maar meestal van de wat kleinere soort. De haven van Harderwijk was voor grotere schepen soms moeilijk bereik- baar, want er lag een flinke zandbank voor de kust. Deze bank heette de Knar, waar natuurlijk de Knardijk naar is vernoemd.  'HK 22 – HK 172" olieverf – F.J. Weijs   De botters HK172 en HK22 zeilend voor de kust van Harderwijk

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 9
9 Naast verschillende soorten botters trof je toen in de haven ook grote en kleine pluten aan, haringschuiten, punters en kubboten. Wie een eeuw later, 2011 dus, om de vissershaven loopt ziet tot zijn verrassing nog veel van die variatie van voormalige Zuiderzeevissersschepen terug. In de eerste plaats zijn dat de botters. De HK3, HK21 en HK172 zijn typische “Oostwalbotters,” wat kleiner van stuk met iets minder diepgang. De HK22 en HK98 zijn van de “Westwal” ( Noord-Holland ) afkomstig, zij zijn forser met een hogere kop. In een hoekje van de haven zien we de HK4, een pluutje. Apart zijn ook de 2 Vol- lenhoofse bollen ( RD23 en VN35 ), schepen met geringe diepgang en daarmee zeer geschikt voor de ondiepe Oostwal van de Zuiderzee. Als we verder lopen rond de Vissershaven zien we daar nog de schokker HK59 en de Wieringer aak WR 54. Met beide scheepstypen viste men vroeger vooral in het Noordelijk deel van de Zuiderzee en de Waddenzee. Tot slot liggen in de haven nog 2 ijzeren Marker rondbouwen MK75 en HK9. De MK75 is de eerst gebouwde Marker – rondbouw, destijds voor Marker vissers ontworpen. De HK9 is het enige ooit in Harderwijk gebouwde ijzeren visserijschip. De botter Een botter is een vissersschip van eikenhout. Opvallend is de hoge boeg en het lage achterschip. Grofweg kun je een botter indelen in een voorschip,een mid- denschip en een achterschip. Het hoge voorschip bestaat uit het kabelgat en het vooronder, gescheiden door het kooibeschot. Het middenschip bestaat uit de vloer (werd ook wel deken genoemd) en daarop de trog. Via de trog kwam de gevangen vis in de bun terecht, een waterreservoir waarin de vis levend werd bewaard. Later werd een deel van de trog ingeruimd voor een motor. Het ach- terschip bestaat uit een vloer en het achterhuisje. Een botter voer met behulp van zeilen, maar later werd ook gebruik gemaakt van een motor. De vissers die na de inpoldering nog zijn blijven vissen met staand want doen dat sinds ca. 1950 met stalen, door een motor voortgedreven kotter (HK3, HK7, HK10, HK21). Het voorschip In de punt van het voorschip liggen de ankerkabels en een paar zeilen, de z.g. kluivers. Het is gelijk ook de “slaapkamer” maar er worden ook nog touwwerk en netten bewaard. Het overige gedeelte tussen het kooibeschot en een deurtje naar buiten heet het vooronder, dit is het leef- en dagverblijf. Aan beide kanten van het vooron- der zijn banken aangebracht, er staat een kacheltje (vuurduveltje) waar op werd gekookt en aan de voorwand hangt een kastje waarin potten en pannen en het bestek zijn opgeborgen.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 10
10 Midden- en achterschip Het lage achterschip is de plek waar het net met de gevangen vis werd binnen- gehaald. De vis werd vervolgens in de kaar gesorteerd en de bruikbare vissen via de trog in de bun gebracht. In het achterhuisje werden de gewichten bewaard waarmee het “staand want” werd verzwaard. Als er een motor werd ingebouwd diende het achterhuisje veelal als plek voor de brandstoftank. Titel: Een fuik wordt binnengehaald. Opengewerkte botter (Nieuw Land,Lelystad;tekening Peter Dorleijn)

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 11
11 Zeilen en zwaarden De zeilen van een botter zijn een grootzeil, een fok, een kluiver en de bezaan. Het grootzeil is bevestigd aan de mast,de gaff el en de giek. De fok aan de fokkestag. Zeilen hijs je met touwen, de z.g. vallen. De zeilen haal je aan of je viert ze ook met touwen, de z.g. schoten. Kluiver en bezaan zijn extra zeilen. De kluiver wordt aan de uitgeschoven klui- verboom vastgemaakt en voor de fok gehesen. De bezaan wordt achter het grootzeil gehesen, dit zeil wordt ondersteund met een grote paal, de zogenaam- de stutter. De botter heeft een vlakke bodem zonder kiel. Om te voorkomen dat het zeilende schip dwars uit vaart hangen aan beide kanten van de buitenzijde van de botter houten panelen, de zogenaamde zwaarden. Tijdens het varen wordt het zwaard aan de lijzijde neergelaten. (Lij is de zijde van het schip waar de wind het schip verlaat) De scheepswerven van Harderwijk Voor zover wij weten bestaat er in Harderwijk al vanaf de 17-de eeuw scheeps- bouwactiviteit. Rond 1900 bestonden te Harderwijk 2 scheepswerven: Van Kuikhoven en Ten Kate. In 1901 kocht de van Urk afkomstige Johan Oost de werf van Van Kuik- hoven. Hij bracht het bedrijf onder de naam “Veluvia” tot bloei. Na enkele ja- ren kocht hij het werfj e van Ten Kate op. Daarmee bezat hij het monopolie op scheepsbouw en scheepsonderhoud in Harderwijk.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 12
12

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 13
13

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 14
14 Niet alle Harderwijker vissers waren daar gelukkig mee. De visserijvereniging “Onze Toekomst” richtte in 1911 een eigen werfje op om daarmee concurren- tie en lagere prijzen te realiseren. Dit werfje, “de kleine helling” heeft tot 1957 bestaan. ”Veluvia” ontwikkelde zich tot een van de grotere werven rond de Zuiderzee. De werf telde 7 hellingbedden: tegelijkertijd kon aan 7 schepen worden gewerkt. De familie Oost heeft enkele tientallen nieuwe schepen gebouwd: botters van diverse grootte onder welke een aantal forse Noordzeebotters. Oost was ook dé werf om een pluut te laten bouwen. Niet alleen Harderwijker vissers bestelden een schip bij Oost, opdrachtgevers kwamen ook van Urk, uit Vlissingen en IJmuiden. Nadat in 1918 werd besloten om de Zuiderzee af te sluiten zijn er nog maar weinig nieuwe schepen gebouwd. Er werd op Veluvia nog een enkel ijzeren schip (HK9) gebouwd maar de werf richtte zich vooral op onderhoud. Na een korte opleving na de Tweede Wereldoorlog werd de werfactiviteit geleidelijk minder en rond 1970 kwam het werk tot stilstand. “Veluvia” is fraai bewaard gebleven. Er ligt nog steeds 1 hellingbed met bijbe- horende lier. Af en toe wordt er een schip “gehelligd” Dan staat er nog de hel- lingschuur en ook de smidse is nog in bedrijf. Veel herinneringen aan de vis – serijgeschiedenis vinden we ook in het museum van de familie Foppen aan de Zoutkeetstraat. Het vissersleven Als de klok van zondag op maandagnacht 12 uur had geslagen hoorde je in de straatjes bij de haven klompen klossen op de keien. De schippers met hun knechten gingen dan aan boord van hun botter met een kostmand. In deze mand zaten levensmiddelen voor een paar dagen zoals roggebrood, pannenkoe- kenmeel, boter, spek, bonen, aardappelen en koffie. Toen er nog geen motoren in de schepen zaten werd de botter met een lange paal de haven uitgeduwd. Vanaf 1920 werden de eerste motoren ingebouwd en werd de haven op de motor verlaten. Eenmaal buiten de haven werden de zeilen gehesen. Een olielamp op de voorsteven maakte het schip ’s nachts zichtbaar. Als de schipper meende op een goede visplek te zijn gekomen ging het net over- boord en werd het enige uren al zeilend door het water gesleept (gaand want). Vervolgens werd het net binnenboord gehaald, de gevangen vis in de kaar ge- sorteerd en de bruikbare vis via de trog in de bun gelaten. Dit werd een aantal keren herhaald tot de bun een verkoopbare hoeveelheid vis bevatte. Dan werd koers gezet naar de haven om de vis te verkopen. Soms kwam er op het water een koopschuit langszij die de vis overnam en gelijk afrekende. Een andere vismethode bestaat uit het plaatsen van netten, fuiken, lijnen of kistjes (staand want) op een bepaalde plaats bijvoorbeeld onder, aan de voet van een dijk, dus vlak bij de wal (walvisserij dus). Later wordt het want opgehaald

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 15
15 en de vis voor verkoop naar de haven gebracht. Tijdens het vissen werd de vis gesorteerd, de netten weer op orde gebracht, gegeten en geslapen. Soms was er helemaal geen wind, dan zochten de vissers elkaar op en deden, voor anker lig- gend, een “bakkie” koffie met elkaar. Als het hard begon te waaien werd het zeil- oppervlak verkleind, (het reven van het zeil) zodat er toch gevist kon worden. Je begrijpt dat er soms veel water over het schip kwam, zodat er voortdurend gehoosd moest worden. Bij storm zochten de vissers een schuilhaven op en za- ten daar de storm uit. Op vrijdag keerde men terug naar de thuishaven, dan werd de vis gelost en op de veiling ter verkoop aangeboden. Op zaterdag werd de botter schoongemaakt en de netten gedroogd. Op zondag ging het vissersgezin naar de kerk. Harderwijk had in het verleden een visafslag, een veiling waar de aangevoerde vis werd gemijnd. Vishandelaren kochten hier hun vis. ‘s Winters, als de zee bevroren was, repareerden de vissers hun netten. Ook trokken ze er op uit met een ijsslee. Ze hakten een gat in het ijs en door dit gat werden met behulp van palen lange netten onder het ijs gebracht om spiering te vangen. Het is wel gebeurd dat het ijs waarop de vissers zich bevonden afbrak. De mannen moesten dan hals over kop door het ijskoude water het land zien te bereiken. Een bekend verhaal is dat een vader met twee zonen 10 dagen op de Zuiderzee ronddreven op een ijsschots, de vader en één zoon zijn daarbij om het leven gekomen. Wintervisserij op spiering onder het ijs (Nieuw Land,Lelystad; tekening Peter Dorleijn)

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 16
16 Het vissersgezin moest – vooral in de winter – rondkomen van een klein inkomen en soms leefde het noodgedwongen op de pof. Als vader op zee was had moeder de zorg voor het soms grote gezin. Het huisje waarin ze woonden diende ook als opslagplaats van reservenetten en hulpspullen. Een voorbeeld van een vis- sershuisje vind je nog in de Kleine Marktstraat. Vaak – om een extra centje te verdienen – pelde het gezin garnalen. Dan hielpen de kinderen voor schooltijd mee. Moeder of een van de kinderen verkochten ook wel vis langs de deur. Soms, als een van de jongens in de hoogste klas van de basisschool zat, vroeg vader aan het schoolhoofd of de jongen van school mocht om mee te gaan vis- sen. Op die manier spaarde de visser het loon voor een knecht uit. De bijnamen Veel visserlui hadden vroeger een bijnaam. Door een bijnaam wist je precies over wie je het had. In de visserijgeschiedenis van Harderwijk kom je heel veel Foppens, Klaassens en Petersens tegen. Ook bepaalde voornamen zoals Aart, Kees en Jan kwamen vaak voor. Als je op zoek was naar schipper Foppen kon je in Harderwijk heel lang zoeken voor je de voor jou juiste persoon te pakken had. Maar wist je precies dat het ging om Dirk van Aart Wortel dan was het duidelijk dat het ging om de schipper van de HK72 en wist iedereen waar je hem kon vinden, als hij tenminste niet op zee was! Veel bijnamen ontstonden door je eigen voornaam te verbinden aan die van je vader en soms ook nog aan die van je grootvader. Dat levert bijv. bijnamen op als Garrit van Aort van Klaasjen. Soms verwijzen bijnamen naar uiterlijke kenmerken. Dikke Peter of Lange Stein zijn voorbeelden. Maar ook karakter-

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 17
17 eigenschappen, de regio waar een voorvader vandaan kwam en kleding boden inspiratie voor bijnamen. Bijzonder zijn ook de bijnamen die verwijzen naar gebeurtenissen in het leven van een visser in kwestie of zaken die iets over hun manier van vissen vertelde. Zo was de Zeehond de bijnaam van een Harderwieker visser die ook bij slecht weer het lef had om naar zee te gaan en te vissen. Hij zat dan met zijn schuit meer onder dan boven water en dat geleek wel een zeehond. Soms denkt men dat bijnamen altijd scheldnamen zijn maar dat is niet zo. Toen in 1918 werd besloten om de Zuiderzee af te sluiten schakelden vissers in sommige plaatsen, zoals Marken en Huizen, al over naar andere beroepen. Maar in de 30-er jaren liepen, mede door de economische wereldcrisis, de besommingen (=inkomsten) erg terug. Sommige vissers willen koste wat het kost doorvissen maar anderen verzetten de bakens. Het einde van de visserij? Het einde van de Zuiderzeevisserij betekende voor de vissers dat ze zonder in- komen kwamen te zitten. Ook voor de mensen die in beroepen werkten die verbonden waren met de visserij betekende het dat ze op zoek moesten naar een andere baan. De visserij leverde namelijk veel werk op aan de wal. Denk maar aan vishandel, vismeelfabrieken, rokerijen, inleggerijen en garnalenpel- lerijen, maar ook de zeilmaker, de mandenmaker, de nettenbreier, de smid en de scheepswerven. Van de regering kregen ze wel een vergoeding maar deze was lang niet voldoende om van te leven. In Harderwijk begonnen sommigen met een eendenhouderij, anderen kregen werk in de aanwezige kazernes van Defensie of gingen in een fabriek werken. Ook waren er die een vis- verwerkingsbedrijf of viswinkel begonnen. Trouwens, op het in- dustrieterrein Lorentz vind je nu nog steeds visverwerkingsbedrij- ven. En nog steeds zijn er enkele Hardewiekers beroepsvissers. Netten repareren (nettenboeter)

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 18
18 Verdronken vissers Op onvoorspelbare momenten werd de bevolking rond de Zuiderzee vroeger getroff en door noodweer en watersnood. Buienradar was toen niet beschikbaar. De meeste van deze rampen die vaak totveel materiele schade hebben geleid en ook vissermannen van toen het leven hebben gekost zijn in de vergetelheid geraakt. Zoals het volgende verhaal, waarbij bedacht dient te worden dat het merendeel van de vissers niet kon zwemmen. In de nacht van 26 april 1882 speelde zich op zee, voor de kust van Harderwijk, een drama af. De broers Kees en Albert Petersen voeren met hun knecht Jan Louw, vanuit de vissershaven van Harderwijk ter visvangst. Al vrij snel na het vertrek werden zij getroff en door een windhoos die hun botter, de HK78, deed kapseizen. Albert zat in het vooronder Opperdoezer aardappelen te schillen. Hij verdronk vrijwel onmiddellijk. Kees Petersen en Jan Louw konden zich redden op de onderkant van de omgeslagen botter. Ver waren zij niet van de kust want zij konden het licht van de vuurtoren in Harderwijk zien. De hele nacht hebben beiden op het vlak van de botter doorgebracht waar, in alle ellende, Kees nog het vijfde vers van psalm 42 gezongen heeft: Maar de Heer zal uitkomst geven. De volgende morgen werd, na een alarmering, een schip uitgezonden. Toen de omgeslagen botter gevonden was, gooide men touwen uit om beide mannen aan boord te nemen. Kees Petersen greep mis en verdronk. Jan Louw werd gered. Het Vissersmonument met herinneringsplaquette aan de Vissershaven van Harderwijk, herinnert ons aan die vissers die het leven lieten op zee. Tijdens de jaarlijkse Visserijdagen vindt daarom een bloemlegging plaats bij dat monu- ment. Uit eerbetoon, zodat de verdronken vissers niet worden vergeten.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 19
19 De Visafslag van Harderwijk In 1912 verzocht de toenmalige visserijberoepsvereniging “Onze Toekomst”de gemeenteraad tot het instellen van een Gemeentelijke Visafslag. Beoogde voordelen: – keur- en veilplicht – hogere prijzen voor de aangeleverde vis – meer aanvoer door niet Harderwijkse vissers, handelaren kunnen hun omzet verhogen en de werkgelegenheid neemt toe. – profijtelijk voor de gemeentekas, immers over de prijs van de aangevoerde vis wordt een heffingspercentage opgelegd t.b.v. de gemeentekas. De gemeenteraad van Harderwijk ging snel akkoord en in 1913 werd de Visaf – slag gebouwd op de hoek Havendam- Grote Oosterwijk dus in de direkte omge- ving van haven en vissersbuurt. Uit een eerdere mislukte poging om een visafslag op te richten (1905) had men geleerd dat een visafslag zonder keur- en veilplicht weinig kans van slagen had. De burgemeester van Harderwijk kondigde nu dan ook de keur- en veilplicht af. De vishandelaren waren niet blij en dat is zacht uitgedrukt. Voorheen deden zij rechtstreeks zaken met de vissers: vaak werd de koopprijs een week van tevo- ren vastgesteld. Markt en concurrentie functioneerden anders. In een wijdlopig maar vooral vlammend protest tekende één van de plaatselijke vishandelaren, Klaas Foppen, bezwaar aan tegen de veilplicht en de visafslag. In 1914 was er zelfs gedurende korte tijd sprake van een boycot. Maar geleidelijk aan legden ook de vishandelaren zich bij de nieuwe feiten neer. De visafslag kende (en voor de vissers was dat niet anders) topjaren maar ook dieptepunten qua omzet. Een topjaar was 1918 met een omzet van ruim zes – honderd duizend gulden. De jaren ná de Afsluiting waren droevig: in 1935 be- droeg de omzet iets meer dan één ton in guldens. Na de Tweede Wereldoorlog namen de verdiensten aanvankelijk weer behoorlijk toe. Uiteindelijk deden de inpolderingen de Harderwijker Visafslag de das om. Het oorspronkelijke ge- bouwtje werd in 1963 gesloopt, de visafslag verhuisde naar het gebouwtje van de toenmalige rivierpolitie en uiteindelijk naar een ruimte in het nieuwe stad- huis van Harderwijk, waarna er definitief een punt achter de visafslaggeschie- denis leek te worden gezet. Leek, want sinds enige tijd zijn er serieuze plannen om de oude glorie weer in ere te herstellen. Daartoe is de Stichting Vischafslag Harderwijk opgericht die het als een uitdaging ziet om met de herbouw van de Visafslag een ode te brengen aan het culturele erfgoed van Harderwijk. Bijzon- der is wel dat een belangrijk deel van het voormalige interieur zoals de mijnklok, aalbak en mijnbanken bewaard zijn gebleven De visserij is voor Harderwijk van belangrijke betekenis geweest en is dat nog! Er werd gevist op de Zuiderzee, af – geslagen in de Visafslag en op de Vischmarkt verkocht. Die geschiedenis wordt weer zichtbaar.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 20
20 Enige gegevens van de heden ten dage in de Harderwijker vissershaven liggende schepen, eigendom van de Harderwijker Botterstichting HK 4 Type: punter/pluut Bouwjaar: 1923 Werf: Balk, Elburg Afmetingen ( lengte x breedte x diepgang): 7,2 x 2,1 x 0,4 mtr. Zeiloppervlakten: – grootzeil: 14 m2 – fok: 5,5 m2 – kluiver: 4,5 m2 – bezaan: – HK 21 Type: Botter voor de Gelderse kust Bouwjaar: 1909 Werf: De Haas te Durgerdam Afmetingen ( lengte x breedte x diepgang ): 11,8 x 3,85 x 0,6 mtr. Zeiloppervlakten: – grootzeil: 34 m2 – fok: 26 m2 – kluiver: 18 m2 – bezaan: 12 m2

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 21
21 HK 22 Type: Marker botter Bouwjaar: 1889 Werf: De Haas. Monnickendam Afmetingen ( lengte x breedte x diepgang ): 12,5 x 4,2 x 0,80 mtr. Zeiloppervlakten: – grootzeil: 35 m2 – fok: 30 m2 – kluiver: 20 m2 – bezaan: 15 m2 HK 172 Type: Oostwalbotter Bouwjaar: 1899 Werf: Schepman, Kampen Afmetingen ( lengte x breedte x diepgang ): 12,0 x 4,0 x 0,7 mtr. Zeiloppervlakten: – grootzeil: 35 m2 – fok: 30 m2 – kluiver: 20 m2 – bezaan: 15 m2

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 22
22 Onderwijs De Botterstichting heeft in samenwerking met EDU-ART lesmateriaal ont – wikkeld voor leerlingen van 10 tot 14 jaar. Leerkrachten en leerlingen kunnen zelfstandig met dit materiaal aan de slag. Leerlingen ontdekken op een actieve manier alles over het leven van de bottervissers in Harderwijk. Het lesmateriaal is te vinden op de website www.hk-botters.nl onder de button ‘onderwijs’. De lessen kunnen gekoppeld worden aan een bottertocht. Kijk voor meer infor- matie op de website.

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 23
23

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Lesboek · bladzijde 24

Bekijk de oorspronkelijke opmaak en afbeeldingen ↗

Aansluiting van de onderwerpen op de werkbladen
Voor docenten en vrijwilligers: voorbereiding en uitleg

Voor docenten en vrijwilligers

Het oorspronkelijke lespakket blijft onder ‘Het oorspronkelijke lesmateriaal’ ongewijzigd beschikbaar. Gebruik voor de uitleg de online themapagina’s. Let bij de oude antwoorden op: een nettenboetster herstelt netten; een zeilmaker herstelt zeilen. Ook de omschrijving van staand want als één soort val is te beperkt. De themapagina over vistechniek legt de verschillende vangmiddelen uit. Voor de HK21 geldt de recentere bouwgeschiedenis uit Tagrijn 2026/2: gebouwd in 1899 bij Kuijkhoven in Harderwijk. Het oude lesboek noemt nog andere bouwgegevens.

Begin bij iets dat bezoekers kunnen zien. Stel één vraag, geef de kern en voeg verdieping toe als er belangstelling is.

Van kijken naar begrijpen: stel één vraag per plek

Aansluiten bij het lesmateriaal

Gebruik de onderwerpen, opdrachten en afbeeldingen uit het lesmateriaal tijdens het bezoek. Laat leerlingen eerst kijken en onderzoeken, en bespreek daarna wat zij ontdekt hebben. Onderaan elke themapagina staan de bijbehorende opdrachten en bladzijden.

  • Kaarten en toen/nu: opdrachten 1, 8 en 9.
  • Vistechniek: opdracht 3.
  • Botter en scheepsonderdelen: opdracht 4.
  • Ambachten en gezinsinkomen: opdracht 6; bijnamen: opdracht 7.
  • Mijnen: aanvulling bij lesboek bladzijde 19 voor de bestaande mijnklok.

De knopen uit opdracht 2 oefen je met een geschikt los oefentouw onder begeleiding. Laat een vrijwilliger voordoen hoe de knoop wordt gelegd.

Laat leerlingen na afloop één historisch beeld en een eigen waarneming vergelijken. Dat kan als korte toelichting, schets of foto op het eigen toestel.

Een korte kennismaking

Laat leerlingen één themavraag kiezen en één afbeelding bekijken. Vraag: ‘Wat zie je?’ en daarna ‘Wat wil je weten?’ Lees samen de kernuitleg. Een mondeling antwoord, aanwijzen of een schets kan hetzelfde begrip tonen als een geschreven alinea.

Gebruik de plek

Koppel handel aan de Vischafslag, materiaal aan de Botterloods, scheepsonderdelen aan de vloot en waterverandering aan het uitzicht vanaf de kade. Laat eerst iets aanwijzen en vraag vervolgens naar de functie. Bekijk werkzaamheden vanaf de bezoekersplek; aanwezigheid van schepen en werkzaamheden wisselt.

Maak je eigen rondleiding

Kies drie onderwerpen die bij je bezoekers passen. Begin bij iets dat zij kunnen zien. Gebruik één kernpunt en één vraag per plek, en voeg verdieping toe als er belangstelling is. Het naslagwerk ondersteunt de verteller; de oorspronkelijke hoofdstukken en beelden blijven beschikbaar om verder te zoeken.

Bronnen en beeldverantwoording

Het visserijverleden van Harderwijk, eerste editie 25 augustus 2012, copyright 2013. Auteurs: Raf den Ouden, Hielke van der Woude en Robert Oosterhof. Samenstelling: Raf den Ouden en Rob Spierenburg. Fotografie onder meer Fotostudio Merjenburgh en O. G. Buttner. Redactie EDU-ART; vormgeving BOLD.

De Bottervissers van Harderwijk, docentenhandleiding: Maud Heldens (EDU-ART) en Rob Spierenburg, met bijdragen van de genoemde auteurs. De oorspronkelijke werkbladen horen bij deze lessen.

Overige beeldcredits en rechtenvermeldingen zijn behouden op de originele bladzijden, waaronder tekeningen van Peter Dorleijn/Nieuw Land en schilderijen via Galerie Frederik Weijs. De aanvullende foto’s komen uit het museumarchief en van de museumwebsite.

De oorspronkelijke opmaak en alle illustraties blijven behouden in de drie volledige pdf-uitgaven. Open een pdf apart om te bladeren, te zoeken of te vergroten.