Ga naar de inhoud
Museum Open 18 apr–25 okt · wo–vr 13.00–17.00 · za 10.00–17.00
Varen Bekijk de eerstvolgende vaart
Bottermuseum Harderwijk

Bottermuseum Harderwijk

Waarom ligt dit schip binnen?

Het ambacht

Van de opbrengst moest de visser verder kunnen werken. Daarvoor had hij mensen nodig die schepen, zeilen en netten onderhielden.

Onderhoud aan een houten botter in de Botterloods
Bekijk het beeld en vergroot het om details te onderzoeken. De bronverantwoording staat verderop bij de oorspronkelijke afbeelding.

Scheepsbouw & onderhoud

Een houten vissersschip vraagt voortdurend onderhoud. Zonder scheepstimmerman, zeilmaker, smid en nettenboeter kon de visser niet blijven varen.

Kijk · kies · ontdek

Wie heb je nodig?

Er zit een gat in het visnet. Welk ambacht hoort daarbij?
Dit wil je onthouden
  • Onderhoud kost tijd en geld.
  • Rond de vloot werkten veel ambachten.
  • In de Botterloods wordt kennis doorgegeven.
Schepen op de helling en de vissersvloot in de Harderwijkse haven.
De helling en de haven horen bij elkaar. Op de kant worden schepen bereikbaar voor onderhoud en herstel; daarachter ligt de vissersvloot. Kijk ook eens links omhoog: zie je de persoon bij de mast, in het want? Klik op de foto om deze te vergroten.

Gangen, vlak en inhouten

Een traditionele botter is hoofdzakelijk van eikenhout gebouwd. De buitenhuid bestaat uit gangen of huidgangen: langsscheepse rijen planken. Bij karveelbouw liggen de randen tegen elkaar, in plaats van over elkaar. De naden moeten zorgvuldig passend en waterdicht worden gemaakt.

Onderin ligt het vlak, de houten scheepsbodem. Bij de kim gaat het vlak over in de scheepszijde. Aan de binnenkant verstevigen de inhouten de romp. Daaronder vallen onder meer leggers, zitters en oplangers. Het zijn dus niet zomaar wat planken en balken: ieder onderdeel heeft een eigen plaats en functie.

Welke bottertermen hoor je op de werf?
Gang of huidgang
Een langsscheepse rij huidplanken; één gang kan uit meerdere aaneengesloten planken bestaan.
Vlak en vlakdelen
De bodem van het schip en de planken waaruit die bodem is opgebouwd.
Kim
De overgang van de bodem naar de zijde.
Leggers
Dwarsscheepse houten delen die de vlakdelen bij elkaar houden.
Zitters en oplangers
Inhouten langs de overgang naar de zijde en verder omhoog in de romp. Samen met de leggers helpen ze de huid te ondersteunen.
Berghout
De zware houten band langs de buitenzijde, die de romp versterkt en beschermt.
Boeisel
Het deel van de scheepszijde boven het berghout.
Wat gebeurt er als een gang moet worden vervangen?

De scheepstimmerman beoordeelt eerst de gang én de achterliggende inhouten. Na het wegnemen van slecht hout kan blijken dat ook een legger, zitter of oplanger herstel nodig heeft. Het nieuwe hout wordt passend gemaakt en naar de vorm van de romp gebogen. De oude gang kan daarbij als mal dienen. Daarna worden de verbindingen en naden weer in orde gebracht.

Opengelegde houten romp in de Botterloods, met spanten en strooklatten
Wat zit er achter de gangen?

Bij restauratie worden de inhouten achter de buitenhuid zichtbaar. Zoek de zware houten delen en de dunne strooklatten langs de romp. De strooklatten helpen om het verloop van de romp te controleren; zij zijn geen huidgangen of dragende inhouten.

Waarom kan eikenhout toch rotten?

Houtrotschimmels gebruiken bestanddelen van het hout als voedsel. Daarvoor hebben ze voldoende vocht, zuurstof en een geschikte temperatuur nodig. Ze breken de houtstructuur af: een gang of inhout kan daardoor zacht worden en zijn sterkte verliezen. Oppervlakkige schimmel of verkleuring is niet automatisch hetzelfde als diepgaande houtrot.

Vooral lekwater, condens en vocht dat tussen een gang en een inhout blijft zitten, verdienen aandacht. Daarom horen schoonhouden, ventileren, lekkages verhelpen en hout controleren bij het onderhoud. Aangetast hout wordt door een beschermlaag niet weer sterk.

Is zout water beter voor eiken dan zoet water?

Zout kan de groei van bepaalde houtrotschimmels remmen, als voldoende zout in het hout aanwezig is. Die werking verschilt per schimmel en omstandigheid. Zoet water biedt die zoutwerking niet. De uitspraak ‘eiken kan tegen zout, maar niet tegen zoet’ is daarom te absoluut: vocht, zuurstof, houtkwaliteit en onderhoud blijven bepalend.

In volledig waterverzadigd hout kan weinig zuurstof beschikbaar zijn, waardoor veel houtrotschimmels minder actief zijn. Dat betekent niet dat het hout onaantastbaar is. In zee kunnen bijvoorbeeld paalwormen hout beschadigen, en ook bacteriën en andere schimmels kunnen een rol spelen.

Harpuis: bescherming tegen inwateren

Harpuis is een traditioneel mengsel op basis van hars en lijnolie. Het wordt op houten scheepsdelen boven de waterlijn gebruikt om inwateren tegen te gaan. De beschermende laag blijft enigszins meebewegen met het hout en moet worden onderhouden. Ook zwaarden en rondhouten werden ermee behandeld.

Harpuis helpt vocht buiten te houden; dat is iets anders dan aangetast hout herstellen of houtrotschimmels gegarandeerd doden. Het hoort bij een geheel van inspectie, zorgvuldig herstel en bescherming.

En petroleum met lijnolie?

Restaurateur Martijn Perdijk beschreef in Spiegel der Zeilvaart (2020) het behandelen van de binnenzijde van houten schepen met een mengsel van petroleum en rauwe lijnolie. Volgens zijn praktijkervaring trekt dit ook tussen huid en inhouten. Het artikel beschrijft daarnaast de behandeling van Staverse jollen met petroleum aan de binnenkant en harpuis aan de buitenkant.

Dit is een beschreven onderhoudspraktijk, geen bewijs dat pure petroleum iedere houtrotschimmel bestrijdt. Een indringend oliemengsel, een vochtwerende laag en een middel met aangetoonde schimmelbestrijdende werking zijn verschillende dingen. Schoonhouden, ventilatie en het verhelpen van de vochtbron blijven nodig.

Hoe maak je de naden waterdicht?

Bij breeuwen wordt vezelmateriaal met een breeuwijzer in de naden tussen de gangen gedreven. De breeuwhamer helpt om het materiaal op zijn plaats te brengen. Zo draagt dit ambacht bij aan een waterdichte houten romp.

Breeuwhamer, breeuwijzers en breeuwwerk
Breeuwhamer, breeuwijzers en breeuwwerk. Zoek de hamer en de ijzers op de afbeelding: welk gereedschap raakt de naad tussen de planken?
Welk gereedschap raakt de naad?

Het breeuwijzer brengt het vezelmateriaal in de naad. Met de hamer slaat de vakman op het ijzer.

Historische prentbriefkaart van werf Veluvia in Harderwijk, met houten vissersschepen en hellingbanen
Schepen op werf Veluvia

Werf Veluvia in Harderwijk, op een historische prentbriefkaart. Zoek de schuine hellingbanen waarover schepen uit het water konden worden gehaald. Vergelijk dit met de botterlift van nu. Opnamedatum onbekend.

Wat doet een scheepshelling?

Op een helling wordt een schip uit het water gehaald om de romp bereikbaar te maken. Daar kunnen onderhoud en reparaties worden uitgevoerd die drijvend niet mogelijk zijn. De hellingbaas zorgde dat het hellingen en het werk op de werf goed verliepen.

Hoe helpt de botterlift bij het onderhoud?

De huidige botterlift helpt het museum om schepen voor werkzaamheden uit het water te halen. Waar een helling het schip over een schuine baan uit het water haalt, tilt de botterlift het schip op. Beide maken de romp bereikbaar voor onderhoud.

Wie maakte wat?

De scheepstimmerman bouwde en repareerde het houtwerk. De smid maakte en herstelde ijzeren onderdelen. De touwslager maakte touwwerk. De zeilmaker vervaardigde en repareerde zeilen.

Welke beroepen werkten voor de vloot?

Een nettenboeter of nettenboetster herstelde visnetten. Voor het maken en herstellen van zeilen ging de visser naar de zeilmaker. Ook mandenmakers, handelaren, rokers en transporteurs waren met de visserij verbonden. Zo leverde de vloot ook aan de wal veel werk op.

Veluvia en de Kleine Helling

Aan het begin van de twintigste eeuw kreeg Johan Oost de plaatselijke werven in handen. Zijn werf Veluvia werd een belangrijk bedrijf voor bouw en onderhoud. Vissers wilden daarnaast meer keus en lagere onderhoudskosten.

Waarom kwam er een eigen helling?

Onze Toekomst stichtte in 1911 een verenigingswerf: de Kleine Helling. Op de huidige museumlocatie leeft de naam Kleine Helling voort. De punter HK61 werd in 1939 op de Kleine Helling gebouwd. Bij het verhaal van de HK61 lees je meer over de bouw en haar vroegere gebruik.

Waarom netten en zeilen behandelen?

Natte netten en zeilen moesten worden verzorgd. Drogen, herstellen en behandelen hielpen materiaal bruikbaar houden. Tanen is het behandelen van materiaal met een looistofhoudende vloeistof. Werkwijzen en middelen verschilden per materiaal en periode.

Wat gebeurde er na een visreis?

Netten drogen, gaten boeten en tuig controleren hoorden bij het terugkerende werk aan de wal. Een beschadigd net ving minder goed; onbruikbaar tuig kon een volgende tocht verhinderen.

De werkplaats is ook een leerplek

Vrijwilligers houden het erfgoed nu in stand door inspectie, onderhoud, restauratie en varen. Tijdens werkzaamheden wordt praktische kennis gedeeld: materiaal beoordelen, passend herstellen en begrijpen waarom iets zo is gebouwd.

Wat kun je in de Botterloods zien?

De Botterloods is een werkende omgeving. Kijk vanaf de bezoekersplek naar het werk en vraag wat er gebeurt. De werkzaamheden en aanwezige schepen wisselen. Wat je ziet, hoort bij de huidige zorg voor historische schepen.

Ik ben bij het museum

Bij de loods en de botterlift

Wijs vanaf de bezoekersplek de weg aan van water naar werkplaats. Zoek daarna één zichtbare onderhoudsklus. Welk materiaal wordt hersteld of vervangen? Vraag de vrijwilliger wat je ziet.

Vraag door bij de vrijwilliger

Waarom wordt dit onderdeel hersteld en welk ambacht is daarvoor nodig?

Bronnen en achtergrond

Bouwtermen: SSRP-begrippenlijst; constructie en restauratie van botter VN4, Nationaal Register Mobiel Erfgoed; restauratieverslag BU130 (2018).

Houtrot: USDA Forest Products Laboratory, Wood Handbook, hoofdstuk 14 (2021); Thünen-Institut, onderzoek naar hout in zeewater.

Harpuis en beschreven werfpraktijken: SSRP: harpuis; Wim de Bruijn, Hout als scheepsbouwmateriaal, deel 1, Spiegel der Zeilvaart 2020 nr. 3.

Het oorspronkelijke lesboek, de docentenhandleiding en de werkbladen van de Botterstichting Harderwijk vormen de onderlegger. De uitleg is aangepast aan de huidige museumlocatie.