
Gebouwd in Harderwijk in 1899
De HK21 werd in 1899 gebouwd op de werf van Kuijkhoven in Harderwijk. Eerste eigenaar was Lucas Groen, die later vooral bekend werd als zeilmaker. De botter heeft een bijzonder geringe diepgang en kon daardoor dicht onder de ondiepe Veluwse kust vissen.
Het schip van de familie Klaassen
In 1909 ging Lucas Groen werken in de zeilmakerij van zijn vader en verkocht hij de botter aan Kees Klaassen, ook bekend als ‘Kees van Piet van Kees’. Het visserijnummer HK21 bleef behouden. Kees was jarenlang voorzitter van de Harderwijker beroepsvisserijvereniging ‘Onze Toekomst’. De familie Klaassen bleef tot 1964 met de botter vissen en stapte daarna over op een kotter. De botter werd gebruikt voor de visserij op de voormalige Zuiderzee, onder meer op aal en ansjovis. Daarmee vertelt zij niet alleen een technisch verhaal, maar vooral het verhaal van Harderwijker families die afhankelijk waren van wind, water, seizoen en vangst.

Schade, verlenging en behoud
Kort voor de bevrijding in april 1945 bliezen Duitse militairen de HK21 en andere Harderwijker vissersschepen op. De HK21 kon worden hersteld. Op de Kleine Helling voerde scheepstimmerman Piet Engelgeer het herstel uit. Op verzoek van de familie Klaassen verlengde hij de botter daarbij met ruim een meter. Na haar visserijjaren volgden verschillende eigenaren in de recreatievaart. In 2012 werd de Harderwijker Botterstichting eigenaar.
Bekijk de films over de HK21 en haar restauratie →

Koninklijke gasten aan boord van de HK21
Koningin Wilhelmina en prinses Juliana bezochten tijdens een bezoek aan Harderwijk ook de HK21. Het bijschrift van deze fotoreportage vermeldt dat de voorzitter van visserijvereniging Onze Toekomst hen aan boord ontving. De vissersvloot lag voor de gelegenheid in de haven.

Van zeilen naar elektrische hulpaandrijving
In 1926 kreeg de HK21 een viercilinder Ford T-motor van 12 pk op petroleum. Die hielp bij tegenwind in de havengeul en bracht het schip bij windstilte thuis. In 1949 had de botter een Ailsa Craig-ruwoliemotor van 20 pk. Tijdens de recreatievaart volgden een driecilinder Lister en later een Mitsubishi.
Bij de huidige restauratie wordt elektrische hulpaandrijving voorbereid. Dat past bij de HK21 als zeilende botter: de motor helpt bij manoeuvreren en wanneer de wind het laat afweten. Minder motorgeluid, trillingen en geen lokale uitlaatgassen maken de vaart prettiger voor bezoekers en bemanning.
Bij de voorbereiding zijn proeven gedaan met de HK22 en is onderzocht hoeveel vermogen en accuruimte nodig zijn. Behoud van het historische karakter van de HK21 blijft het uitgangspunt.
De HK21 in het Centraal Visserijregister
Historische registervermeldingen verbinden het visserijnummer HK21 met de familie Klaassen in Harderwijk. De hieronder beschreven kaarten laten zien hoe het schip, de motorisering en het visserijbedrijf veranderden.
- 1 juli 1911 — CVR009746: botter HK21, Cornelis Klaassen Gz. te Harderwijk. De geregistreerde visserij luidt: ‘Alle soorten visscherij op de Zuiderzee’.
- 29 december 1942 — CVR009748: botter HK21, Cornelis Klaassen te Harderwijk, geboren op 25 maart 1886.
- 25 februari 1949 — CVR009753: een latere registratie van botter HK21.
Bouw, afmetingen en inrichting op de kaarten
| Onderdeel | Kaart uit 1942 | Kaart uit 1949 |
|---|---|---|
| Vaartuig | Zeilbotter met hulpmotor; gebouwd van hout | Zeilbotter met motor; gebouwd van hout |
| Werf | Niet vermeld op deze kaart | Kuijkhoven, Harderwijk |
| Lengte | 10,30 m | 11,80 m |
| Breedte | 3,85 m | 3,80 m |
| Motor | Ford T, petroleum, 12 pk, vier cilinders, 1926 | Ailsa Craig, ruwe olie, 20 pk, nr. 7352 |
| Bemanning, inclusief schipper | 2 | 3 |
| Visgebied | IJsselmeer | IJsselmeer |
| Visserij | Hoofdbedrijf: kuil; daarnaast onder meer hoekwant en staande snoekbaarsnetten | Kuil en andere vistuigen |
Het verschil in geregistreerde lengte bedraagt 1,50 meter. Dat sluit aan bij het verhaal van de verlenging na de oorlog. Ook de breedte is op de kaarten verschillend genoteerd; de bovenstaande maten zijn per kaart weergegeven.
Van Cornelis naar Hendrik Klaassen
Op de kaart uit 1942 staat Cornelis Klaassen als eigenaar en schipper. De latere kaart noemt Cornelis en Hendrik Klaassen als eigenaren en Hendrik als schipper. Op de achterzijde staat dat de HK21 op 25 februari 1949 opnieuw in de vaart kwam. Op 21 september 1964 werd de inschrijving doorgehaald; daarbij is de verkoop als pleziervaartuig aan Rademaker aangetekend.
Van Zuiderzee naar IJsselmeer
De blauwe kaart, ingeschreven op 1 juli 1911, vermeldt ‘Alle soorten visscherij op de Zuiderzee’, een bemanning van twee en een later bijgeschreven motor. Zij draagt ook de aantekening dat de registratie wegens de afsluiting van de Zuiderzee is doorgehaald. De kaarten uit 1942 en 1949 noemen vervolgens het IJsselmeer als visgebied. Het doorhalen van de oude registratie betekende dus niet dat deze botter voorgoed stopte met vissen.
Een registerkaart legt de gegevens van het schip en het visserijbedrijf vast. Welke vistuigen de vissers mochten gebruiken en waar zij mochten vissen, hing daarnaast af van vergunningen en visserijregels.
Dit schip in het vissersleven
Het schip waarvan een familie leefde
Voor de familie Klaassen was de HK21 een bedrijfsmiddel en een bron van inkomen. Dorleijn maakt zichtbaar hoe nauw schip, bemanning en gezin verbonden waren. Een bruikbare botter, onderhouden netten en kennis van het seizoen bepaalden samen of er verdiend kon worden.
In de herinneringen die Dorleijn vastlegde, wordt de HK21 genoemd bij de schepen die vlak voor de bevrijding door Duitse militairen werden vernield. Volgens die beschrijving kon juist deze botter na grondig herstel weer in de vaart worden gebracht. Het na de oorlog vernieuwde achterschip vertelt daardoor ook een verhaal over opnieuw beginnen.
Op pagina 132 bewaart Dorleijn een scheepsvers dat hij koppelt aan de HK21 van Hendrik Klaassen. De eerste regels luiden: ‘Het varen is mijn ambt / Op het water moet ik bouwen’. Het vers verbindt het dagelijkse werk met vertrouwen en geloof. Het geeft de visser achter het scheepsnummer een eigen stem.
Na een visreis moest de vangst worden verkocht. De opbrengst stond tegenover de kosten van het bedrijf en het levensonderhoud. In de Vischafslag krijgt die economische kant van het vissersleven betekenis. De huidige restauratie voegt een volgend hoofdstuk toe: vrijwilligers herstellen het schip om ook die geschiedenis door te kunnen geven.
Kijk eens aan boord
Kijk naar de bouwgeschiedenis van het achterschip. Welke sporen vertellen hier over schade, herstel en de keuze om met hetzelfde schip verder te gaan?
Ontdek de Vischafslag en het werk op de werf · Bekijk het historische visgebied
Bronnen bij dit verhaal
Theo Bakker, ‘Visserij in oorlogstijd’, in 80 jaar bevrijding Harderwijk, Historische Vereniging Herderewich, 2025, p. 24–27; over de HK21: p. 27, ‘Blijft de vloot gespaard?’.
Peter Dorleijn, Van gaand en staand want IV, p. 32 en 132; voor de afslag p. 46–52. Voor de bouwgeschiedenis, eigenaren, het herstel na de oorlog en de motorisering: Robert en Arnout Oosterhof, ‘Elektrische voortstuwing op de botter HK21’, Tagrijn 2026/2, p. 14–17. De historische samenvatting staat op p. 17.
