Ga naar de inhoud
Museum Open 18 apr–25 okt · wo–vr 13.00–17.00 · za 10.00–17.00
Varen Bekijk de eerstvolgende vaart
Bottermuseum Harderwijk
← Terug naar de vloot

1909 · Gooise botter

HK23 · De Taaie

Een Gooise botter uit 1909, gebouwd voor een Harderwijker vissersfamilie en in 2023 teruggekeerd naar de stad.

HK23 · De Taaie uit de collectie van het Bottermuseum Harderwijk
Bouwjaar1909
TypeGooise botter
WerfSchaap, Huizen
Lengte13,40 m tussen de stevens
StatusGroot onderhoud 2026–2027

Gooise botter uit de Zuidwaltraditie

De HK23, De Taaie, werd in 1909 gebouwd bij Gebr. Schaap in Huizen voor de Harderwijker visser Jan Jansen. Zij behoort tot de Huizer tak van de Zuidwaltraditie. Volgens het Stamboek Ronde en Platbodemjachten is de Huizer afkomst herkenbaar aan haar hoge kop en haar lage, smalle achterschip.

Waarom een Gooise botter uit de Zuidwaltraditie?

Zuidwal betekent de zuidelijke kust van de Zuiderzee. Muiden, Huizen en Spakenburg hadden daar hun eigen botterbouw. Goois of Huizer benoemt de tak waartoe de HK23 behoort. Haar bouwplaats en haar Harderwijker visserijnummer vertellen elk een ander deel van het verhaal.

Werfbaas Aart Nieuwboer legde uit dat Bunschoter botters vrij rechte zijden en een voller achterschip hadden. Huizer bouwers maakten, mede voor de snelle koopbotters, het vlak smaller en het achterschip sterker geveegd: de lijnen lopen achterin fijner toe. Dat maakt niet iedere Huizer botter tot koopbotter; voor de HK23 is het vissersverleden afzonderlijk vastgelegd.

Bronnen: Nieuwboer over de Bunschoter en Huizer bouw; SSRP, HK23.

Wat herken je aan de kop en het achterschip?

Bij de HK23 noemt het stamboek de hoge kop en de lage, smalle kont. Het lage achterschip bood toegang tot het water bij het werken met netten. De hoge voorsteven brengt Peereboom in verband met het vroeger ankeren op een onbeschutte rede. Die verklaring vertelt iets over de bouwtraditie; zij bewijst niet dat de HK23 zelf zonder haven moest liggen.

Kijk vanaf de kade: volg de boordlijn van voor naar achter. Vergelijk daarna het achterschip met dat van de HK22. Houd rekening met later herstel en verbouwing.

Bronnen: scheepsdossier HK23; Huitema en Peereboom over vorm en gebruik.

Vergelijk Westwal, Zuidwal en Oostwal →

De romp is van eikenhout. Het Stamboek vermeldt een lengte tussen de stevens van 13,40 meter en een breedte over het berghout van 4,10 meter. Deze meetwijze kan afwijken van de totale lengte die elders bij een schip wordt genoemd.

Van Harderwijk via Lemmer naar Elburg

Van 1909 tot 1949 viste de HK23 vanuit Harderwijk met de familie Jansen, in de beschrijving van het Stamboek ook geschreven als Janssen: eerst Jan, later Albertus. In 1949 werd het schip verkocht aan Willem Bootsma uit Lemmer, die er tot 1952 onder het nummer LE25 mee viste.

Van 1952 tot 1961 viste Willem van Triest, bijgenaamd ‘de Taaie’, vanuit Elburg met het schip, onder het nummer EB23. Daarna kreeg de botter een bestaan als recreatievaartuig. De opeenvolgende visserijnummers laten zien hoe hetzelfde schip met verschillende vissersplaatsen verbonden raakte.

Historische zwart-witfoto van de huidige HK23 onder zeil, met het vroegere nummer EB23 op de boeg.
De huidige HK23, hier onder haar vroegere nummer EB23. EB verwijst naar Elburg. Ook als recreatievaartuig bleef de botter dit nummer voeren, voordat zij haar Harderwijkse nummer terugkreeg. Klik op de foto om deze te vergroten.

Van vissersschip naar familieboot

Na het einde van de beroepsvisserij in 1961 bleef de botter als EB23 behouden in particuliere handen. Het Stamboek noemt achtereenvolgens A.P. Hammart in Amsterdam, P. Dekker in Veere, H. Furnée in Leiderdorp en vanaf 1996 H.J. Verdegaal.

De familie Furnée bewaarde foto’s en herinneringen aan het leven aan boord: kinderen bij de bun, helpen met de motor en samen zeilen. In het Stamboek vertelt Marieke Furnée over haar jeugd op de botter en over beelden daarvan in de botterfilm van Gait Berk. Ook deze jaren horen bij de geschiedenis van het schip.

Restauratie en terugkeer naar Harderwijk

In oktober 2013 begon een ingrijpende restauratie van het middenschip. In Workum werkten werf De Hoop, eigenaar Harry Verdegaal en vrijwilligers aan het behoud en het opnieuw in de vaart brengen van de EB23.

Op 29 juni 2023 werd de botter terugverwelkomd in Harderwijk. Het Stamboek registreert de eigendomsoverdracht aan Stichting Vischafslag Harderwijk – Bottermuseum in 2024, toen ook het oorspronkelijke nummer HK23 terugkeerde. Thuiskomst en eigendomsoverdracht zijn daarmee twee afzonderlijke momenten in haar recente geschiedenis.

Bekijk onze botters en het vissersverleden op film →

Robuust en herkenbaar

De eikenhouten, karveelgebouwde romp, het open ruim en de traditionele besturing met helmhout herinneren aan het zware dagelijkse werk op ondiep water.

Dit schip in het vissersleven

Een werkschip dat havens en mensen verbindt

De Taaie werd in Huizen gebouwd voor de Harderwijker familie Jansen. Later voer zij ook onder de nummers LE25 en EB23. Daarmee vertelt zij over scheepsbouw, visserij en eigendom over de grenzen van één vissersplaats heen.

Bij Dorleijn wordt duidelijk waarom die plaatsen met elkaar verbonden waren. Vissers deelden kennis van netten en vangstmethoden, zochten geschikte schepen en brachten hun vis naar havens waar zij die konden afzetten. De markt en de mogelijkheden van het schip hoorden bij de keuze waar en hoe je werkte.

Ook door het jaar heen veranderde het werk. Dorleijn beschrijft voor Harderwijk een afwisseling van onder meer spiering, haring, bot, paling en garnalen. Dat betekent niet dat ieder schip al die visserijen beoefende. Het laat wel zien in welke veranderlijke wereld een Harderwijker vissersfamilie haar bedrijf moest voeren.

De HK23 maakt deze geschiedenis tastbaar. Een houten botter moest bruikbaar blijven, ook wanneer eigenaren, visstand en omstandigheden veranderden. De latere restauraties en de terugkeer naar Harderwijk vormen het vervolg: het schip blijft bestaan doordat mensen er opnieuw verantwoordelijkheid voor nemen.

Willem van Triest en de naam ‘De Taaie’

In het Elburgse gedeelte van Van gaand en staand want noemt Peter Dorleijn Willem van Triest als schipper van de EB23. In de bijnamenlijst bij de vlootgegevens van 1937 staat bij dat nummer ‘De Taaie’. De bijnaam was dus al met de visser verbonden voordat hij in 1952 onze botter kocht.

Dorleijn bewaart ook een herinnering van Koen Jansen aan Willem van Triest. Zij vergeleken de lengte van touwen door die met gespreide armen af te meten: het vamen. De uitkomst verschilde doordat ieder op zijn eigen manier mat. Het verhaal laat zien hoe ervaringskennis en persoonlijke werkwijzen in het vissersvak samenkwamen. Omdat het verhaal niet is gedateerd, staat niet vast dat dit op onze huidige HK23 gebeurde.

Kleindochter van Willem van Triest aan boord van de HK23
De kleindochter van Willem van Triest aan boord van de HK23. Vroeger voer zij mee met haar vader en opa. Haar bezoek verbindt drie generaties met hetzelfde schip.

Een aanvulling uit het aangeleverde archief

Een aangeleverd archiefblad over de EB23 voegt een persoonlijk vervolg toe. Volgens dit blad viste Willem na de verkoop van zijn botter nog enige tijd op de EB58 van zijn zwager en neef Jacob van Triest, ‘Ome Jacob’. Het blad toont ook zijn zoon Gerrit aan boord, bezig met touwwerk.

Archiefblad over EB23 met portretten van Willem en Gerrit van Triest en historische krantenberichten
Archiefblad over de EB23: Willem van Triest (‘De Taaie’) en zijn zoon Gerrit. De oudere krantenberichten onderaan noemen Jb. van Triest en A. van Triest; zij zijn geen bewijs voor reddingen door Willem. Klik op het blad om de tekst te vergroten.

Kijk eens aan boord

Een nieuw nummer op de boeg betekende een nieuw hoofdstuk. Wat veranderde er voor schip en bemanning bij een andere thuishaven, en welke kennis ging mee?

Ontdek de Vischafslag en het werk op de werf · Bekijk het historische visgebied

Bronnen bij dit verhaal

Peter Dorleijn, Van gaand en staand want IV, p. 63–64 en 76–77, voor de historische visserijcontext. Voor Willem van Triest en EB23: Dorleijn IV, Elburg, p. 180 en 236; vlootgegevens 1937 op p. 287 en bijnamenlijst op p. 289. Deze gegevens betreffen de visser en het nummer, niet noodzakelijk hetzelfde schip als de huidige HK23. Voor de individuele scheepsgeschiedenis en familieherinneringen: SSRP, scheepsdossier HK23, plaquette 1111. Voor de restauratie in Workum: ‘Een nieuw vlaggenschip’, Workum.nl (bron: Workumer krant Friso). Voor de terugkomst op 29 juni 2023: Harderwijker Courant, 30 juni 2023.

Bekijk het gedigitaliseerde boek bij het Zuiderzeemuseum · Bekijk de scheepsgeschiedenis en familiefoto’s in het SSRP-stamboek · Lees over de restauratie in Workum