
Vandaag reisde een kleine delegatie van het Bottermuseum naar Twente. Aanleiding was een bijzondere vraag: zouden zware eiken planken van een landgoed bij Oldenzaal geschikt kunnen zijn voor de restauratie van onze HK172?
Het begon met een onverwacht bezoek aan de botterloods. Een bezoekster vertelde dat op een familielandgoed in Twente twee grote eiken zijn geveld. De stammen zijn verzaagd tot onder meer planken van circa vier meter lang en acht centimeter dik. Voor dit hout wordt een passende en duurzame bestemming gezocht, met een redelijke vergoeding voor de gemaakte zaagkosten.

Van Twentse eik naar Harderwijker botter?
Tijdens de kennismaking vertelde de eigenaresse dat een Van Heek haar opa was. De familie Van Heek is nauw verbonden met de ontwikkeling van de Twentse textielindustrie. Zo raakten tijdens dit bezoek twee werelden elkaar: Twents industrieel en landgoed-erfgoed en het varende erfgoed van Harderwijk. Lees meer over de geschiedenis van Van Heek en de Twentse textielindustrie.
Eikenhout is van oudsher onmisbaar in de bouw en restauratie van botters. Maar niet iedere boom is automatisch geschikt. De nerf, droogte, eventuele scheuren, aantasting, kromming en bruikbare afmetingen bepalen welke delen verantwoord in een historisch schip kunnen worden toegepast.




Eerst onderzoeken, dan besluiten
Het bezoek was verkennend. Voordat er afspraken worden gemaakt, willen we samen een helder en eerlijk plan uitwerken:
- de beschikbare bomen en gezaagde planken inventariseren en nauwkeurig opmeten;
- kwaliteit, droogte en mogelijke gebreken door onze vakmensen laten beoordelen;
- bepalen welke delen daadwerkelijk bruikbaar zijn voor de HK172;
- transport, opslag en een redelijke vergoeding voor het zagen en het bruikbare hout uitwerken.
Als het hout technisch geschikt blijkt, kunnen oude Twentse eiken straks een nieuw leven krijgen in een historische Harderwijker botter. Dat zou een prachtige vorm van circulair erfgoed zijn: zorgvuldig omgaan met materiaal, vakmanschap en geschiedenis.