Ga naar de inhoud
Museum Open 18 apr–25 okt · wo–vr 13.00–17.00 · za 10.00–17.00
Varen Bekijk de eerstvolgende vaart
Bottermuseum Harderwijk

Bottermuseum Harderwijk

Moest jij meehelpen?

Het vissersverhaal · 5 van 6 · Het gezin

Visserij was meer dan het werk van de bemanning. De opbrengst en onzekerheid werkten door in het hele gezin en in de stad.

Bart Jansen links en Peter Petersen rechts aan boord van een botter
Bart Jansen (links) en Peter Petersen aan boord. Op een botter lagen werk, eten en rusten dicht bij elkaar.

Gezinnen & gemeenschap

Het werk hield niet op bij de haven. Thuis werd vis verwerkt, materiaal bewaard en geld verdeeld. Kinderen groeiden op midden in het bedrijf.

Kijk · kies · ontdek

Wat betekent ‘op de pof’?

De vangst valt tegen, maar het gezin moet eten kopen. Wat deed een winkelier bij kopen op de pof?
Dit wil je onthouden
  • Het gezin werkte vaak mee.
  • Bijnamen maakten mensen herkenbaar.
  • Weinig vangst raakte ook de wal.
Prentbriefkaart met zeilende vissersschepen die de haven van Harderwijk binnenkomen
Terug naar de haven

‘Binnenkomende visschersschuiten — Harderwijk’ staat op deze prentbriefkaart. De haven verbond het werk op het water met de stad en het gezin. Zoek de visserijnummers op de zeilen. Zo’n nummer alleen bewijst niet dat het schip tot de huidige museumvloot behoort. Beeld: ansichtkaartcollectie Albert P., zoals op de kaart vermeld. Datering onbekend.

Een week op het water

Wanneer een visser thuis was, hing af van seizoen, vismethode, vangst en weer. Sommige tochten duurden enkele dagen; andere vissers kwamen dagelijks binnen om te lossen en voeren dezelfde avond weer uit. Voor het gezin betekende dat een wisselend ritme van vertrek, thuiskomst en werk aan de wal.

Ontdek hoe een Harderwijkse visweek verliep →

Wat zat er in de kostmand?

In de kostmand ging eten mee voor de visreis, zoals brood, aardappelen, spek en koffie. Aan boord werd gekookt en gegeten tussen het vissen door. Wanneer er tijd was om te rusten, hing af van het weer, de vangst en de manier van vissen.

Schipper, knecht en familie

De schipper was doorgaans ook eigenaar van zijn schip. Meestal viste hij met één knecht, vaak een zoon, neef of zwager. Op grotere schepen of bij arbeidsintensieve visserijen, zoals hoekwantvisserij, konden twee of drie knechts nodig zijn. Een thuiswonende zoon kreeg soms zakgeld in plaats van een volledig loon.

Wat betekende varen op deel?

Een knecht kreeg niet altijd een vast weekloon. Bij varen op deel ontving hij een vooraf afgesproken aandeel in de netto-opbrengst van de visreis. De afspraken verschilden per plaats en bedrijf. De omvang van de vangst werkte daardoor direct door in zijn verdiensten.

Niet iedere visser viste het hele jaar

Sommige vissers bleven op de Zuiderzee, andere combineerden het werk met Noordzeevisserij of visserij op binnenwater. Er waren ook vissers die een deel van het jaar vracht vervoerden: bijvoorbeeld groenten vanuit Enkhuizen, hooi vanaf Marken of turf naar Marken en Urk. Anderen monsterden aan op Noordzeeloggers of trawlers.

Waarom was een goed ansjovisjaar zo belangrijk?

Een schip en netten kostten veel geld. Wie zelf schipper wilde worden, kon krediet krijgen van een scheepsbouwer, zouter of nettenleverancier en jarenlang schulden houden. Een rijke ansjovisvangst bood een kans om af te lossen of noodzakelijke reparaties te betalen. Maar de ansjovis kwam niet ieder jaar in dezelfde aantallen: een koud voorjaar kon de trek doen uitblijven.

Het huis was ook werkruimte

In een klein vissershuis werden spullen en reservenetten opgeborgen. Wanneer de visser op zee was, droeg zijn partner verantwoordelijkheid voor huishouden, kinderen en de dagelijkse uitgaven.

Hoe hielp het gezin thuis mee?

Om extra geld te verdienen konden gezinsleden garnalen pellen en vis verkopen. Ook kinderen hielpen mee. Het vissershuisje in de Kleine Marktstraat laat zien hoe klein de woonruimte van een vissersgezin kon zijn.

Leren, werken en school

Kinderen leerden door mee te helpen en naar volwassenen te kijken. Een zoon die meevoer kon een betaalde knecht vervangen. Dat verklaart de spanning tussen school, gezinsinkomen en het leren van een beroep.

Waarom voer een kind al jong mee?

Door mee te varen leerde een kind het vissersvak in de praktijk: omgaan met het schip, helpen met de netten en samenwerken aan boord. Voor het gezin kon die hulp een betaalde knecht uitsparen. Schoolgaan en meehelpen waren daardoor soms moeilijk te combineren.

Op de pof

Een onregelmatig inkomen maakte het moeilijk om alle uitgaven direct te betalen. Kopen op de pof betekende dat een winkelier de schuld noteerde en het gezin later betaalde, bijvoorbeeld na een goede visperiode.

Wat gebeurde er als de vangst tegenviel?

De winkelier moest erop vertrouwen dat het gezin later kon betalen. Bij weinig vangst liep de schuld verder op. Zo waren de winkel en het vissersbedrijf met elkaar verbonden: een slechte visperiode werkte ook aan de wal door.

Waarom zoveel bijnamen?

Familienamen als Foppen, Klaassen en Petersen kwamen veel voor, net als dezelfde voornamen. Een bijnaam hielp duidelijk maken wie werd bedoeld. Soms werden voornamen van vader of grootvader aan de eigen naam verbonden.

Waar kwamen de bijnamen vandaan?

Bijnamen konden ook verwijzen naar herkomst, gedrag, uiterlijk of een gebeurtenis. Een bijnaam was niet altijd een scheldnaam: hij kon ook eenvoudig duidelijk maken over wie het ging. Achter iedere bijnaam kan een ander verhaal schuilgaan.

Vissersnamen in de wijk van nu

Het vissersverleden leeft ook voort buiten het museum. In de huidige woonwijk rond het Bottermuseum dragen straten en hofjes namen van vroegere vissers. De borden in het museum verbinden die namen met de mensen achter de geschiedenis.

Straatnaamborden met vissersnamen, waaronder Jan Krulkade en Jantje Boonenstraat
Oude vissersnamen leven voort in de straatnamen van de woonwijk rond het Bottermuseum. Op de borden staan onder meer Jan Krulkade, Jantje Boonenstraat en Willem van Ariestraat.
Herken jij een naam?

Kies één straatnaam op de foto. Heb je die naam buiten al gezien? Vraag een vrijwilliger welk verhaal bij de naam hoort.

Nieuw visserijmonument met namen in een golvende metalen plaat, met het beeld van een vissersvrouw op de achtergrond
Het nieuwe visserijmonument in Harderwijk. Namen op de golvende plaat houden de herinnering aan omgekomen vissers levend.

Gevaar en herinnering

Storm, slecht zicht, kou en ijs konden een tocht gevaarlijk maken. Bij de ramp met de HK78 in april 1882 kwamen de broers Kees en Albert Petersen om. Knecht Jan Louw werd gered.

Aan wie herinnert het monument?

Het nieuwe visserijmonument houdt de namen van omgekomen vissers zichtbaar en herinnert aan de gezinnen en de gemeenschap die achterbleven. De vissers organiseerden ook hulp voor elkaar. Visserijvereniging Onze Toekomst zorgde voor gezamenlijke reddingsmiddelen. Zo horen het herdenken van slachtoffers en het redden van mensen bij dezelfde geschiedenis.

Ik ben bij het museum

Stilstaan bij het nieuwe monument

Bekijk de vorm van het monument en de namen die erin staan. Kies één naam en sta even stil bij de persoon en het gezin achter die naam. Wat vertelt een monument dat een scheepsnummer of een lijst met vangsten niet vertelt?

Praat er samen over

Waarom is het belangrijk dat de namen van omgekomen vissers zichtbaar blijven? Vraag de vrijwilliger welk verhaal bij het monument hoort.

Bronnen en achtergrond

Aanvullend: aangeleverde boekpagina’s uit De Zuiderzee als visgebied, onderdelen over vissoorten en vissers (p. 18–21). Dit beschrijft de Zuiderzeevisserij in algemene zin; de volledige uitgavegegevens ontbreken bij de scans.

Het oorspronkelijke lesboek, de docentenhandleiding en de werkbladen van de Botterstichting Harderwijk vormen de onderlegger. De uitleg is aangepast aan de huidige museumlocatie.