Het vissersverhaal · 3 van 6 · De verkoop
Een vangst was nog geen inkomen. De vis moest worden verkocht. Aan de wal kwamen het werk op het water en de handel bij elkaar.

De huidige Vischafslag in het Bottermuseum. Op de kopersbanken zie je de drukknoppen waarmee een koper de mijnklok kan stoppen. Bekijk de foto op groot formaat en zoek de klok, de knoppen en de weegschaal.
Foto: aangeleverd door het Bottermuseum.
Handel & inkomen
De vangst is binnen. Nu moet er een koper komen. Bij de afslag verkoopt de visser zijn vangst. Handelaren wegen af hoeveel zij ervoor willen betalen.
Kijk · kies · ontdek
Wanneer zou jij kopen?
- Bij mijnen daalt de prijs.
- Verkoopbedrag is nog geen winst.
- Onze Toekomst vroeg om de afslag.
Waarom een plaatselijke afslag?
In 1912 vroeg visserijvereniging Onze Toekomst om een gemeentelijke afslag. Meer plaatselijke verkoop moest vissers, handelaren en de stad ten goede komen. Vis die op zee of in andere havens werd verkocht, bracht minder bedrijvigheid naar Harderwijk.
Was iedereen blij met de afslag?
Een gezamenlijke verkoopplaats bood een herkenbare procedure voor aanbieden, beoordelen en afrekenen. Nieuwe regels raakten bestaande verkoopgewoonten en riepen weerstand op. Vissers, handelaren en gemeente moesten het eens worden over de regels en kosten.
Van schip naar partij
Een schip moest kunnen lossen. Vervolgens moest duidelijk zijn welke partij werd aangeboden: vissoort, hoeveelheid en kwaliteit. Bij de feestelijke opening in april 1913 ontbrak nog een bascule om te wegen.
Wat was er aan de kade nodig?
Na de opening vroeg de vereniging om beschutting en vrije losruimte. Een werkende afslag vroeg om meer dan een zaal: haven, kade, materiaal en administratie moesten op elkaar aansluiten.
Zo werkt mijnen
De afslager begint met een hoge prijs en laat die dalen. De eerste koper die het bod accepteert, koopt de partij. Dat kan door ‘mijn’ te roepen of de wijzer van een mijnklok te stoppen.
Waarom durfde een koper te wachten?
Wachten kan een lagere prijs opleveren, maar een ander kan eerder kopen. Voor de visser is een vroege koop tegen een hogere prijs aantrekkelijk. De handelaar houdt rekening met doorverkoop en eigen kosten. De prijs hoort altijd bij de aangeboden hoeveelheid of verkoopeenheid.
Wat hield de visser over?
Het verkoopbedrag was nog geen winst. Van de opbrengst gingen afslagkosten af; daarna moest de visser zijn schip, uitrusting en arbeid betalen. Voor de handelaar telden de kosten en opbrengst van de doorverkoop mee.
Reken mee: wat scheelde één procentpunt?
In 1919 vroeg Onze Toekomst om verlaging van de afslagkosten van drie naar twee procent. Bij een voorbeeldopbrengst van 100 gulden bleef dan 98 in plaats van 97 gulden over, vóór overige bedrijfskosten. Dat verschil telde bij iedere afrekening mee.
Lees hoe de mijnklok, verkoopregels en afrekening zich ontwikkelden →
Waarom organiseerden vissers zich?
Onze Toekomst zette zich in voor een betere visverkoop, maar ook voor onderhoud, veiligheid en opleiding. De vereniging behartigde de belangen van de vissers; de gemeentelijke afslag organiseerde de verkoop.
Ontdek de gezamenlijke plannen en meningsverschillen van Onze Toekomst →
Ik ben bij het museum
Bij de mijnklok in de Vischafslag
Neem om de beurt de rol van koper en visser. Voorspel wanneer je zou kopen en bespreek wat die keuze voor de visser betekent. Gebruik de installatie samen met een vrijwilliger wanneer dat mogelijk is.
Vraag door bij de vrijwilliger
Waarom is het verkoopbedrag nog niet de winst van de visser?
Voor docenten: aansluiting bij het lesmateriaal
Lesboek bladzijde 19. De oefening bij de mijnklok sluit aan op de huidige museuminrichting.
Het oorspronkelijke lesboek, de docentenhandleiding en de werkbladen van de Botterstichting Harderwijk vormen de onderlegger. De uitleg is aangepast aan de huidige museumlocatie. Bekijk de oorspronkelijke uitgaven en beeldverantwoording.