Ga naar de inhoud
Museum Open 18 apr–25 okt · wo–vr 13.00–17.00 · za 10.00–17.00
Varen Bekijk de eerstvolgende vaart
Bottermuseum Harderwijk

Bottermuseum Harderwijk

Een dag aan de Vischafslag — van vangst naar inkomen

Van de kade naar de koper

De vangst is binnen, maar wat brengt zij op? In de Harderwijker Vischafslag verkoopt de visser zijn vangst aan handelaren. Terwijl de prijs daalt, kiest de koper zijn moment. Te lang wachten kan betekenen dat een ander hem voor is. Volg de vis van de kade naar de mijnklok en ontdek hoe de vangst inkomen werd.

De oude Harderwijker visafslag met grote mijnklok, weegschaal en aanwezigen
De oude afslag: mensen, vis en de mijnklok

De grote mijnklok hangt achter de afslager; rechts staat de weegschaal. Volgens de aangeleverde toelichting is deze foto gemaakt bij de laatste visafslag in het oude gebouw op 27 november 1967, onder leiding van burgemeester Gijs Numan.

Foto: Archief Albert. Datering en gelegenheid volgens de aangeleverde toelichting. Klik op de foto om deze te vergroten.

1. Aanleggen en lossen

De verkoop begint bij een bereikbare haven en een vrije losplaats. Kort na de opening van de afslag in april 1913 vroeg Onze Toekomst om kade vrij te houden voor lossende schepen en om beschutting tegen weer en wind. Hoe vaak kwam een visser binnen, en kon hij zijn vangst ook op zee verkopen? Ontdek hoe een visweek verliep.

De inrichting was bij de start nog niet compleet. Tijdens de eerste verkoop ontbrak een bascule om de vis te wegen. Een feestelijke opening betekende dus niet dat alles al werkte.

2. De partij aanbieden

Voor de verkoop moet duidelijk zijn welke vis wordt aangeboden, in welke hoeveelheid en van welke kwaliteit. De prijs hoort bij een afgesproken partij of verkoopeenheid. Verschillende vissoorten konden op verschillende manieren worden aangeboden en berekend.

Een koper vergelijkt de partij met zijn afzetmogelijkheden: wat kan hij ermee verdienen? De visser wil zoveel mogelijk voor zijn vangst; de handelaar moet ruimte houden voor zijn eigen kosten en doorverkoop.

3. Mijnen: wie wacht, kan misgrijpen

Bij mijnen daalt de prijs. De eerste koper die het bod accepteert, koopt de partij. Hij roept ‘mijn’ of stopt de mijnklok bij de gewenste prijs.

Wachten kan een lagere prijs opleveren, maar een andere koper kan eerder toeslaan. Daar zit de spanning: hoe goedkoop durf je het te laten worden voordat je de partij misloopt?

De afslager leidt de verkoop. Met de mijnklok wordt het koopmoment zichtbaar: de koper stopt de wijzer bij de prijs die hij wil betalen.

4. Een klok tegen misverstanden

Bij de opening in 1913 was er nog geen elektrisch mijntoestel. De afslager noemde de dalende prijs en de koper riep ‘mijn’. Door de drukte en het lawaai was niet altijd duidelijk wie het eerst had geroepen.

In december 1913 stelde de gemeente een elektrisch mijntoestel voor, ingericht voor 24 kopers. Het moest het koopmoment verduidelijken en verschillen voorkomen tussen de bedragen die koper, verkoper en directeur noteerden.

De raming bedroeg 1.050 gulden voor het toestel en 350 gulden voor banken en inrichting. De techniek moest dus niet alleen sneller verkopen, maar ook duidelijkheid geven over de overeengekomen prijs.

5. Wie betaalt, wie ontvangt?

Na de verkoop worden partij, koper en prijs geregistreerd. De directeur verzorgt de organisatie, administratie en afrekening. Van het verkoopbedrag gaan afslagkosten af. Wat de visser daarna ontvangt, is nog geen winst: onderhoud, uitrusting en het overige werk aan het schip moeten daar ook van worden betaald.

De voorgestelde spelregels van 1912

De ontwerpregeling uit 1912 beschreef hoe de verkoop en betaling moesten verlopen. Gewoonlijk zou partij na partij worden afgeslagen; meerdere partijen tegelijk konden wanneer daartegen geen bezwaar bestond. Het ontwerp kende seizoensafhankelijke afslaguren; van mei tot januari was een middagafslag alleen op verzoek voorzien. Dit waren voorgestelde regels, geen openingstijden die voor de hele geschiedenis van de afslag golden.

De visser kon zich aanmelden met een monster: een gedeelte van de vis waaraan de koper de partij kon beoordelen. De opgegeven hoeveelheid moest werkelijk worden gelost. Geschillen over de kwaliteit zouden door het afslagpersoneel worden beslecht.

Een visser kon een partij ophouden: niet voor de geboden prijs verkopen. Volgens het voorstel kostte dat twintig cent.

Kopers moesten direct in gepast geld betalen. De directeur zou de visser op vaste uren tegen afgifte van het koopbewijs uitbetalen, na aftrek van drie procent kosten. Als zekerheid kon een voorafgaande storting of de borgstelling van twee betrouwbare personen worden verlangd.

Ook onderhandse verkoop binnen de gemeente viel in het ontwerp onder aangifte en betaling via de directeur, met dezelfde aftrek van drie procent. De voorgestelde regeling reikte daarmee verder dan de verkoop in de mijnzaal.

6. Elk procent telde

Onze Toekomst bleef onderhandelen over de heffing. In 1917 werd een verzoek om verlaging afgewezen; verbouwing en begroting speelden mee. In 1919 vroeg de vereniging om vermindering van drie naar twee procent. In 1922 lagen opnieuw tariefvoorstellen op tafel. Het tarief was dus geen vast gegeven voor de hele geschiedenis.

Wat scheelde één procentpunt? Bij een denkbeeldige verkoop van 100 gulden bleef na drie procent afslagkosten 97 gulden over; bij twee procent 98 gulden. Dit rekenvoorbeeld laat zien waarom de heffing ertoe deed. De afslag moest er haar personeel, inrichting en bedrijfsvoering van bekostigen.

7. Regels riepen weerstand op

De afslag veranderde bestaande verkoopgewoonten en verdeelde invloed. In 1912 verlangde een groep leden van Onze Toekomst dat de plannen eerst in de algemene ledenvergadering werden besproken. In 1914 verschilden de vereniging en de handelaren over een commissie van toezicht.

Het debat ging over concrete belangen: wie mocht beslissen, welke handel moest via de afslag lopen en wie betaalde daarvoor? Vooral handelaren met eigen garnalenschuiten verzetten zich tegen de verplichtingen. Zij voerden hun garnalen rechtstreeks aan voor verwerking in hun eigen bedrijf. In maart 1914 weken betrokken handelaren uit naar Elburg; in de discussie werd gesproken over een boycot of staking.

8. Niet alle vis ging dezelfde weg

Welke vis verplicht via de afslag moest lopen, bleef jarenlang omstreden. In september 1922 stelde de gemeenteraad een gewijzigde verordening vast. Hoofdregel was dat vis die niet op de afslag was of werd verkocht, zonder bijzondere schriftelijke vergunning van B&W niet in de Harderwijker haven mocht worden gelost of geladen.

Er waren uitzonderingen voor garnalen die handelaren met eigen vaartuigen aanvoerden om direct in hun eigen kokerijen te conserveren, en voor andere vis van eigen handelsvaartuigen die bestemd was voor verzending buiten de plaats of conservering vóór verzending. Ook ‘nest’ viel onder de uitzonderingen: vis en schaaldieren die ongeschikt waren voor menselijke consumptie en werden gebruikt als diervoer of bemesting. Voor deze vrijstellingen was toestemming van B&W nodig.

Daarnaast bestond verkoop rechtstreeks in de stad. Vissers die dicht bij de wal werkten, lieten hun vis ook door hun vrouwen verkopen. Zij konden de afslag gebruiken om een richtprijs te bepalen. Die verkooppraktijk moet worden onderscheiden van de formele uitzonderingen in de afslagverordening. De handel verbond het werk aan boord met verwerking, vervoer en inkomen in het gezin.

Via de afslag of rechtstreeks in de stad: de verkoop maakte van de vangst inkomen. Daarmee eindigt het verhaal van de vis op weg van het schip naar de koper. Lees hoe vissersvereniging Onze Toekomst zich inzette voor de belangen van de vissers.

De tijdelijke afslag aan de Strandboulevard

Naast de oude afslag hoort ook de tijdelijke huisvesting aan de Strandboulevard bij dit verhaal. De kleurenfoto’s tonen een andere ruimte: met de weegschaal, een bak voor de vis, de mijnklok en mensen rond de verkoopplaats. De precieze datering van deze foto’s is nog niet vastgesteld.

Mensen rond de weegschaal in de tijdelijke visafslag aan de Strandboulevard
Rond de weegschaal

De tijdelijke visafslag aan de Strandboulevard in Harderwijk. Vergelijk de opstelling met de oude afslag: welke onderdelen van de verkoop herken je?

Foto: collectie Evert de Bruin (EDB), volgens de aangeleverde bronvermelding. Klik op de foto om deze te vergroten.

Interieur van de tijdelijke afslag met weegschaal, mijnklok en verkoopinrichting
Een andere ruimte, herkenbare hulpmiddelen

De weegschaal en mijnklok in de tijdelijke afslag. Ook zonder aanwezigen laat de inrichting zien hoe wegen en verkopen bij elkaar hoorden.

Foto: collectie Evert de Bruin (EDB), volgens de aangeleverde bronvermelding. Klik op de foto om deze te vergroten.

Achtergrond: hoe kwam de Vischafslag terug?

De verkoopstappen hierboven gaan over de historische afslag. Wie verder wil lezen, vindt hier het latere verhaal van de initiatieven om de Vischafslag terug te brengen. Bekijk ook de keuze voor de huidige locatie en ligplaatsen.

Veel later: de wens om de afslag terug te brengen

De voorgaande stappen laten zien hoe de visverkoop aan het begin van de twintigste eeuw verliep. In 1991 begint een nieuw hoofdstuk: het initiatief om Harderwijk opnieuw een visafslag te geven.

1991: Stichting Afslag Harderwijk

Ook in de jaren negentig leefde de wens om Harderwijk weer een visafslag te geven. Op 18 maart 1991 werd de Stichting Afslag Harderwijk opgericht. De stichting wilde onderzoeken of een nieuwe visafslag of visveiling in Harderwijk mogelijk was.

Lucas Antonius Seijerlin was voorzitter en Enoch Justus secretaris. Samen met Harderwijkse ondernemers wilde deze groep het historische vissersverleden van de stad nieuw leven inblazen.

1994: ‘Harderwijk verdient weer een visafslag’

Met de publiciteitsactie ‘Afslag Harderwijk’ werd in 1994 opnieuw aandacht gevraagd voor dat plan. De boodschap was duidelijk: Harderwijk verdient weer een visafslag. Het bleek in die jaren moeilijk om het initiatief daadwerkelijk te realiseren. Maar het idee bleef bestaan.

Groepsfoto bij het verkeersbord Afslag Harderwijk
Afslag Harderwijk

Een knipoog met een serieuze boodschap: de groep bij het verkeersbord ‘Afslag Harderwijk’. Foto bij de publiciteitsactie uit 1994, uit het aangeleverde museumarchief. Klik op de foto om deze te vergroten.

2008: Stichting Vischafslag Harderwijk

Op 10 december 2008 werd Stichting Vischafslag Harderwijk opgericht. Deze oprichting vormt een afzonderlijk moment in de geschiedenis, na het eerdere initiatief Stichting Afslag Harderwijk uit 1991. De wens om de Vischafslag terug te brengen kreeg opnieuw een organisatorische basis.

De samenwerking met de Botterstichting is vastgelegd in een locatieverzoek van 20 september 2011: naast de Vischafslag was een aansluitende botterwerkplaats voorzien. In het gezamenlijke programma van eisen van 8 mei 2013 kregen de functies voor beide stichtingen verder vorm. De schepen, hun onderhoud en het verhaal van de visverkoop kwamen zo bijeen in één plan.

Lees hoe beide stichtingen samen een locatie aan de Vissershaven vonden →

Een nieuwe actie: Vischafslag & Botterwerf Harderwijk

De wens kreeg later opnieuw een zichtbare vorm. Op een groot projectbord stond de aankondiging: ‘Hier komt de Vischafslag & Botterwerf Harderwijk’. De tekeningen lieten zien hoe de gebouwen aan de haven eruit konden gaan zien. De nieuwe actie bracht zo de herinnering aan de visafslag samen met ruimte voor het onderhoud van historische schepen.

Voor de uitvoering was steun nodig. Het bord nodigde bedrijven en andere betrokkenen uit om sponsor te worden. Een grote mijnklok verbeeldde de stand van de sponsoring: een herkenbaar symbool uit de visafslag werd ingezet om het nieuwe plan mogelijk te maken.

Groep bij het projectbord voor de Vischafslag en Botterwerf Harderwijk, met bouwtekeningen en een sponsorstand in de vorm van een mijnklok
‘Hier komt de Vischafslag & Botterwerf Harderwijk’

Samen werken aan de nieuwe Vischafslag en Botterwerf. Op het projectbord staan de bouwplannen; de mijnklok laat zien hoeveel steun al is toegezegd. Foto uit het museumarchief. Klik op de foto om deze te vergroten.

Ook visverkoop hielp de plannen vooruit

Vissersschip met fuiken en een spandoek voor visverkoop ten bate van de Vischafslag en Botterwerf
Op het spandoek wordt opgeroepen gerookte vis te kopen om de bouw van de Vischafslag en Botterwerf te steunen. Zo werd de sponsoractie ook aan de kade zichtbaar.
Belangstellenden bij het projectbord voor de Vischafslag en Botterwerf
Belangstellenden bij het projectbord. De mijnklok laat de stand van de sponsoring zien; de tekeningen tonen de voorgenomen gebouwen.
De huidige Vischafslag met kopersbanken en mijnklok
De Vischafslag van nu

In het huidige Bottermuseum komen de mijnklok, de weegschaal en de kopersbanken samen. Hier kun je ontdekken hoe het mijnen werkt en zelf nadenken over het koopmoment.

Foto: aangeleverd door het Bottermuseum. Klik op de foto om deze te vergroten.

Kijk zelf bij de mijnklok

Stel je voor dat je koper bent. De prijs daalt, maar naast je zit iemand die dezelfde partij wil hebben. Wanneer druk jij?

Kijk vervolgens als visser: achter die partij liggen het werk en risico van een tocht. Voor hem mag de wijzer juist vroeg stoppen.

Lees ook: het verhaal van Onze Toekomst → · Beleef het verhaal in het Bottermuseum

Terug naar Vischafslag & Onze Toekomst →

Bronnen bij dit verhaal

Verkoopverplichting, uitzonderingen en mijntoestel: historische beschrijving van de Harderwijker visafslag uit de museumcollectie, p. 30–39; de daarin afgebeelde bekendmaking van burgemeester Kempers van 17 mei 1913 en de weergegeven wijziging van de verordening uit september 1922. De uitzonderingen in dit verhaal hebben betrekking op die regeling van 1922.

Initiatief 1991 en publiciteitsactie 1994: historische aanvulling en foto aangeleverd door het museum. De foto zelf vermeldt geen namen of datum; de toelichting bij deze periode volgt de aangeleverde informatie.

Krantenonderzoek: digitale krantenbank van het Noord-Veluws Archief. De oorspronkelijke spelling van de krantentitels is hieronder aangehouden.

Aanvoer, opening en losruimte: De Harderwijker, 23 april 1913, p. 2; Overveluwsch Weekblad / Harderwijker Courant, 30 juli 1913, p. 5.

Verkoopregels en organisatie: Overveluwsch Weekblad / Harderwijker Courant, 20 november 1912, p. 3, bespreking van de ontwerpverordening; 16 mei 1914, p. 3, commissie van toezicht. Het verhaal over monsters en ophouden betreft het voorstel uit 1912.

Mijntoestel: Overveluwsch Weekblad / Harderwijker Courant, 17 december 1913, p. 2. Gemeentelijk voorstel voor een elektrisch toestel voor 24 kopers, geraamd op 1.050 gulden, met 350 gulden voor banken en inrichting.

Tarieven: De Harderwijker, 21 maart 1917, p. 5; Overveluwsch Weekblad / Harderwijker Courant, 29 maart 1919, p. 1, verzoek om verlaging van drie naar twee procent; 6 december 1922, p. 2. Het bedrag van 100 gulden in de uitleg is een rekenvoorbeeld.

Mijnen en verkoop buiten de afslag: Bottermuseum, ‘De Vischafslag’; Nieuw Land, ‘De walvissers van Harderwijk’, 20 juni 2013.

Ontwerpverordening, november 1912 · Voorstel mijntoestel, december 1913 · Tariefverzoek, maart 1919 · Tariefvoorstellen, december 1922

Bottermuseum: de werking van de afslag · Nieuw Land: de walvissers